1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 102
76
R. HOOYKAAS
Gleichgewichte vom Standpunkte der Phasenlehre" (1901, 1904) niet kunnen voltooien. Hij overleed na een kortstondige ziekte op 52-jarige leeftijd. In de geschiedenis der chemie leeft zijn naam voort als die van een der grootsten, de ontsluiter van een nieuw gebied der scheikunde. Als zodanig is hij door de chemici herdacht; hier wilden wij hem vooral laten zien als de man die God de eer gaf, ook op het gebied der natuurwetenschap en als een man voor wie geen probleem van geloof en wetenschap kwellend kon zijn, daar hij in een mystieke verbondenheid met God leefde. Zijn collega's en leerlingen hebben hem na zijn heengaan geschetst als een man van zeer grote bescheidenheid en eenvoud; „door zijn uiterst bescheiden optreden maakte hij niet de indruk van een wereldberoemd geleerde" (A. Smits). Wel was hij zich er van bewust, dat hem een chemisch talent geschonken was, maar overigens kende hij zijn eigen qualiteiten slecht. Van zijn aanvankelijk voornemen om predikant te worden kwam hij terug, niet alleen omdat hij niet een volstrekt dwingende roeping gevoelde, maar ook omdat hij meende, dat zijn geest „te speculatief, veel te weinig praktisch was" en omdat „de gave om mijn gedachten uit te drukken mij slechts spaarzaam gegeven is" n ) . Jorissen en Ringer, die hem later als hoogleraar gekend hebben, noemen hem echter ,een schitterend docent, opgewekt en boeiend, vaak enthousiast in zijn voordracht" en Smits zegt: ,zijn colleges waren meesterstukken van vorm en inhoud, door zijn opgewekte, soms hartstochtelijke voordracht wist hij altijd te boeien". Gewoonlijk verborg hij voor de buitenwereld de bewogenheid van zijn gemoedsleven achter een rustig uiterlijk, maar soms schijnt de dam doorgebroken te zijn en dan liet hij zich gaan. „Ge weet misschien, dat ik van nature steeds een in mijzelf gekeerd leven heb", schrijft hij in 1877 aan de bevriende hoofdonderwijzer Olthoff 12). Het kostte hem grote moeite over zijn aarzeling heen te komen en zijn innig geliefde moeder deelgenote te maken van zijn alles-overheersende vreugde toen, nadat reeds lang twijfel en onrust zijn „dorre verstandsorthodoxie omvergeworpen" had, hij „vrede vond met God in Christus door het geloof". Hij kon er wel over schrijven, maar niet over spreken, en toch „ik had die avond wel willen springen en huppelen, ik deed het bijna". Deze kinderlijke geestdrift behield hij: „Was er iets moois gevon" ) Aan J. Olthoff, hoofd der Chr. School te Krabbendam bij Alkmaar (1877). 12) Brief van 18 Febr. 1877.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's