Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 284

3 minuten leestijd

218

NIC. H. RIDDERBOS

maal bij het tweede drietal dagen, nl. bij de zesde dag. In dit opzicht is er dus een grote mate van symmetrie. Verder is er een duidelijke parallelie tussen de eerste dag en de vierde dag: aan de eerste dag wordt de schepping van het licht verbonden, aan de vierde dag de schepping van de lichtdragers. Hier kan misschien het duidelijkst worden uiteengezet, wat met het spreken over een „kader" wordt bedoeld, en hoe dat spreken kan worden gemotiveerd. Wat bedoelt Gen. 1 op dit punt te zeggen? Moeten we ons voorstellen, dat God bij zijn scheppingswerk zo schematisch — „ordelijk" zou een te zwak woord zijn! — is te werk gegaan, dat Hij op de eerste dag het licht, op de vierde de lichtdragers schiep? Natuurlijk is het mogelijk, dat het zo gegaan is. Wie zijn wij, dat we zouden kunnen zeggen, wat God al of niet zou kunnen doen? Maar m.i. ligt het veel meer voor de hand, dat het schematische, waarop we hier stoten, zijn oorzaak heeft in de voorstellingswijze van de auteur. We kunnen aanvaarden, dat de auteur het scheppingswerk kunstmatig heeft geordend, welbewust een bepaald schema, een kader heeft ingevoerd. Wanneer we dit eenmaal gezien hebben, zijn we meer bereid toe te stemmen, dat er ook verder parallelie valt op te merken. Het eigenlijke van (het eerste deel) van de derde dag is het formeren van het droge, de aarde. Daarmee staat parallel, dat op de zes dag geschapen worden de landdieren en de mens. Bij de beschrijving van de tweede dag wordt van de wateren en van het firmament of de hemel gesproken. Op de vijfde dag worden geschapen de vissen, die de wateren bevolken (vs 20, 22), en de vogels, die langs het firmament, de hemel vliegen (vs 20). 7. In het bovenstaande is telkens weer van een „kader", een „schema" gesproken. De vraag kan gesteld worden: past een dergelijk woord feitelijk wel bij Gen. 1? Dit hoofdstuk bezit zulk een verheven schoonheid; is het wel geoorloofd bij dit hoofdstuk te opereren met een koel, zakelijk woord als „kader", „schema"? Het antwoord moet m.i. luiden, dat een dergelijk woord juist bijzonder goed bij Gen. 1 past. Zoals in het begin reeds werd gezegd, draagt de schoonheid van dit hoofdstuk een bijzonder karakter. Om hiervan onder de indruk te komen, is het goed achter elkaar te lezen Gen. 1 en stukken uit de poëtische boeken van het Oude Testament, waarin hetzelfde beschreven wordt als in Gen. 1. Zo legge men naast elkaar Gen. 1 : 6 - 8 en b.v. Ps. 104 : 5-9. In Ps. 104 heet het:

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 284

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's