Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 206

2 minuten leestijd

152

J. LEVER

opfer". Het is buitengewoon interessant dat analoge dierlijke, maar ook wel plantaardige „Primitialopfern" wijd verbreid zijn onder recente natuurvolken. Men vindt hen b.v. bij Indianen in Californié, maar ook bij Pygmeeén-stammen in Afrika. De wijde verbreiding van deze gewoonte wijst er volgens velen op, dat zij traditioneel teruggaat tot zeer oude tijden, zodat men ook de vondsten in Zwitserland hicimee kan verklaren. Men meent zelfs verder te kunnen gaan : het ethnologisch onderzoek van de laatste tijd heeft n.l. volgens verscheidene onderzoekers (b.v. de bovenvermelde) aan het licht gebracht dat niet alleen de reeds genoemde volkeren, maar ook b.v. enige oude stammen op Vuurland en in Voor-Indië monotheist zijn. Deze volksstammen geloven in de enige God, Die de wereld heeft geschapen, en Die ons ook het dagelijks voedsel geeft. Zodoende komen deze onderzoekers ook tot de conclusie, dat de eerste religie van de mens het ,,Urmonotheismus" was, en dat alle andere godsdienstvormen (animisme, polytheïsme, enz.) secundair zijn ontstaan. Dit betekent dat de Neanderthaler reeds monotheïst kan zijn geweest. In dit licht bezien krijgt het „Primitialopfer" een prachtige zin. liet wordt dan n.l. niet gegeven als voedsel voor de Godheid, maar als symbool van dankbaarheid, afhankelijkheid en bede. Schmidt drukt het als volgt uit: „Diese Anerkennung der höchsten Eigentiimrrschaft ist der erste Sinn und Zweck des Primitialopfers, und es wird damit zu einem Lob- und Preisopfer; begleitende kurze Gebete sprechen diesen Sinn oft noch ausdrücklich aus. Leicht schlieszt sich an das Lob- und Preisgebet der Dank für die gütige Fürsorge Gottes, ebenfalls vielfach in begleitenden Gebeten ausgedrückt, so dasz damit das Primitialopfer auch zum Dankopfer wird" i). Met de vermelding dat een dergelijke oude berencultus niet alleen uit het B. Pleistoceen van Zwitserland, maar ook in Duitsland en Oostenrijk is gevonden, besluiten wij de bespreking van deze vorm van offers. Een zeer belangrijke vraag is ook, of men gegevens heeft waaruit men iets zou kunnen afleiden over de plaats waar men dacht dat de goden of de godheid woonde. Wij volgen hiervoor de redenering van de Duitser Rust 2). Deze is van mening dat gezien het feit dat alle oude religies het rijk der goden, het dodenrijk, en de eeuwige jachtvelden „erdgebunden" denken, we ditzelfde van de ijstijdmensen mo1) Schmidt, a.b., p. 494. ») Rust, Die jüngere Altsteinzeit, Historia Mundi I, p. 289—-317, 1952.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 206

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's