1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 184
136
J. LEVER
noemd. De schedels van deze wezens (zie fig. 3) hebben ook sterke wenkbrauwwallen, een overeenkomstige knik in het achterhoofd, een laag voorhoofd dat echter iets meer verheven was dan dat van Pithecanthropus. De schedelinhoud was dan ook groter en varieerde volgens Weidenreich ^) van 850—1300 cc, volgens von Koenigswald ") van 915—1255 cc. Ook bij Siiyinthropus ontbrak een kin. Sinanthropus was betrekkelijk klein, de mannelijke individuen omstreeks 156 cm., de vrouwelijke omstreeks 144 cm., d.w.z. dat zij ongeveer zo groot waren als de recente Eskimo's, Japanners, Bosjesmannen, e.d. Door vele onderzoekers wordt Sinanthropus in het Midden-Pleistoccen, en wel in het Mindel-Riss-interglaciaal, geplaatst (zie fig. 2). Hij leefde dus ongeveer 250.000—450.000 jaren geleden. Een volgende belangrijke groep vormen de Neanderthalers. Nadat in 1856 in de Feldhofer-Grotte in het Neanderthal op korte afstand van Düsseldorf het eerste skelet hiervan gevonden werd, is door een groot aantal vondsten onze kennis omtrent deze wezens zeer uitgebreid. Momenteel heeft men de beschikking over resten van niet minder dan bijna 200 individuen, afkomstig uit Spanje, Frankrijk, België, Duitsland, Italië, Joegoslavië, De Krim, en Uzbekistan, terwijl buiten dit areaal nog neanderthaloïde vormen bekend zijn uit Palestina, Zuid-Afrika en Java. Deze Homo neanderthalensis was ongeveer even groot als de Sinanthropus, de mannen n.l. ongeveer 160 cm., de vrouwen 145 cm. De hersencapaciteit was groot, varieerde n.l. van ongeveer 1200 tot bijna 1650 c c , wat, bedenkende dat de gemiddelde herseninhoud van de recente mens 1350 cc. bedraagt, verscheidene onderzoekers tot de conclusie bracht, dat de neanderthalers gemiddeld meer hersenen bezaten dan wij. De schedel (zie fig. 3) is opvallend lang en tamelijk laag, de wenkbrauwwallen zijn sterk ontwikkeld, de kaken zijn op dierlijke wijze snuitvormig verlengd, een kin ontbreekt. De opvallende knik in het achterhoofd is aanwezig en wijst er op dat de schedel tamelijk sterk naar voren werd gedragen. De armen zijn verhoudingsgewijs langer dan bij ons, het dijbeen vertoont een buiging, zodat de knieën bij het staan vermoedelijk geknikt werden gehouden. Deze Neanderthalers leefden in het laatste gedeelte van ^) Weidenreich, Apes, giants, and man, Chicago, 4e ed., 1948, p. 93. 2) Von Koenigswald, 1953, a.b., p. 131.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's