Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214

2 minuten leestijd

160

J. LEVER

scha teken aan Kaïn, het begin van de cultuur bij Jubal en zijn broers, de reuzen, en nog verscheidene andere punten, schijnen het de overweging waard te maken onze gedachten in deze richting te doen gaan. VI.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE

Voordat wij nu tot onze slotconclusie betreffende de oorsprong van de mens komen, doen wij goed de belangrijkste punten uit het voorgaande samen te vatten: 1. In de eerste plaats is ons gebleken, dat het onderzoek van de skelet-resten van de oudste mensachtige wezens, die ons bekend zijn, geen antwoord geeft op de vraag waar en hoe de mens is ontstaan. 2. Vervolgens dienen wij op grond van de ons momenteel ter beschikking staande gegevens te concluderen, dat de menselijke geest reeds minstens sinds het begin van het Pleistoceen op aarde aanwezig is. 3. Het is te overwegen of de eerste hoofdstukken van Genesis slaan op de geschiedenis van deze Pleistocene mens. Wanneer wij op basis hiervan ons afvragen hoe de mens is ontstaan, dan zien wij dat het onderzoek hieromtrent niet gegeven heeft wat men er een halve eeuw geleden van verwachtte. Een afstamming van één der recente mensapen wordt vrijwel unaniem verworpen. Door het ontbreken van enige aanwijzing uit de periode vóór het Pleistoceen is momenteel alles wat men over de oorsprong van de mens in de litteratuur tegenkomt zuiver speculatie. Er is echter wel een andere ontdekking gedaan die voor ons wetenschappelijk van grote betekenis is. Dat is de constatering, dat het menselijk skelet, voor zover wij weten, geen onderdelen heeft die kenmerkend voor de mens zijn gebouwd. De Australopithecinae, die naar vrijwel ieders overtuiging dieren waren, bezaten verbluffend veel menselijke trekken. Onzes inziens brengt dit met zich mee, dat wij niet bij voorbaat de mogelijkheid moeten uitsluiten dat het menselijk lichaam van een, weliswaar sterk mensachtig, maar toch dierlijk lichaam afkomstig is. Het typisch menselijke is, zoals wij immers zagen, niet in het lichamelijke gelegen, maar komt tot uitdrukking in de mensen-geest '). Ook de tekst over „het stof der aarde" dient niet als een weten^) Zie Lever, Geloof en Wetenschap, 52, p. 77—100, 1954.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 214

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's