Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 187

2 minuten leestijd

DE OORSPRONG VAN DE MENS

139

van Weidenreich i) min of meer van hun anti-evolutionistische angel ontdaan. Deze onderzoeker heeft n.l. de mening gelanceerd dat wij ons niet moeten voorstellen dat er slechts één genetische lijn loopt naar de recente mens, welke dan pas sinds kort is uiteengevallen in verschillende rassen, maar dat een aantal lijnen, die al of niet wel eens met elkander in contact kwamen, te onderscheiden is. In ieder dezer lijnen werden dezelfde stadia (b.v. Pithecanthropus, Neanderthaler, Homo sapiens) doorlopen. Men kan zich dus voorstellen dat het tempo kon verschillen. Zodoende kon in de ene lijn reeds het sapiens-stadium bereikt zijn, terwijl een andere nog op een morphologische oudere trap stond. Deze opvatting van Weidenreich, die, indien zij juist is, inderdaad een aannemelijke verklaring van de genoemde omstreden oude sapiens-vondsten geeft, bevat echter nog een tweede interessant aspect: Weidenreich meent n.l. dat ieder dezer lijnen begint met een reuzen-stadium. Er zijn inderdaad gedurende onze eeuw verscheidene vondsten gedaan van zeer grote mensachtige wezens. De eerste betreft een onderkaak (zie fig. 4) welke in 1907 in de omgeving van Heidelberg werd opgegraven 2), Deze rest van de Homo heidelbergensis lag in een afzetting welke men tot het GünzMindel interglaciaal rekent (zie fig. 2), en welke dus meer dan 400.000 jaren oud is. Deze kaak moet, gezien de bouw en de rangschikking der tanden en kiezen, en de vorm van de kaak, als mensachtig worden aangeduid. Opvallend zijn de grootte en de dikte van deze kaak. Een kin ontbreekt. Een tweede reuzenvondst betreft een tweetal onderkaaksfragmenten door von Koenigswald in 1936 en 1941 op Java gevonden en door hem Meganthropus palaetojavanicus ^) genoemd. Deze kaakfragmenten gaan in grootte en ook dikte boven alle bekende fossiele en recente mensen- en mensapenkaken uit (zie fig. 5). Ook deze kaken vertonen opvallend veel mensachtige trekken. Zij behoren tot het Onder-Pleistoceen (zie fig. 2). Nog grotere afmetingen bezitten enige tanden en kiezen (zie fig. 6) welke door von Koeningswald gedurende de jaren 1935 en 1939 in China werden ontdekt, en welke hij rekent tot de vorm Gigantopithe-

1) Weidenreich, a.b., 1948, p. 30. 2) Schoetensack, Der Unterkiefer des Homo heidelbergensis, Leipzig, 1908. ^) Von Koenigswald, Studies in Physical Anthropology, 1, p. 83—98, 1949.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 187

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's