Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 192

2 minuten leestijd

142

J. LEVER

sterk mensachtige trekken, volgens velen wijzend op de mogelijkheid van een verticale stand. Eenzelfde aanwijzing vormt de ligging van het achterhoofdsgat, maar wel in het bijzonder de bouw van het bekken, dat verrassend menselijk is (zie fig. 11). Zo hebben deze Australopithecinae lichamen met een dusdanige mengeling van mensaapachtige en mensachtige trekken, dat zij alles overtreffen wat men aan „missing links" ooit heeft durven verwachten. Hoewel men aanvankelijk sporen van culturele uitingen van deze wezens meende waargenomen te hebben, is men daar de laatste jaren vrijwel unaniem van teruggekomen. Het waren geen mensen maar dieren. Het is natuurlijk van grote betekenis waar in de geologische tijd deze Australopithecinae geplaatst moeten worden. Dit is momenteel nog een punt van grote controversen: vele auteurs (b.v. Boule, Le Gros Clark, Heberer, en Hooton i ) ) menen dat er wel enige aanduidingen zijn dat zij niet alleen in het begin van het Pleistoceen, maar reeds aan het einde van het daarvoor gelegen Plioceen leefden, maar anderen (b.v. von Koenigswald ~)) zijn er stellig van overtuigd dat zij tot het Pleistoceen behoren en tijdgenoten waren van de PithecaniJiropus-vormen (zie fig. 2). Von Koenigswald en Weidenreich zijn dan ook niet geneigd hen in onze directe stamboom op te nemen. Zij zijn zijtakken hiervan en bezitten hun mensachtige kenmerken slechts omdat zij die erfden van een hypothetische voorouder die zij met de mens gemeenschappelijk hadden. Zij waren de dierlijke vertegenwoordigers in de groep der mensachtigen. Deze vondsten hebben de anthropologen zeer verrast. De oorzaak van deze verrassing ligt daarin, dat er overduidelijk uit blijkt dat wij niet van de recente mensapen afstammen en tevens dat de typisch menselijke trekken veel ouder zijn dan men ooit had gedacht. Het beeld dat wij ons van onze dierlijke voorouders, volgens de huidige anthropologen, moeten maken, wordt door deze vondsten hoe langer hoe menselijker. Bij het overzien van het behandelde blijkt dus dat wij uit het begin van het Pleistoceen reeds verscheidene mensachtige vormen kennen. ^Vanneer wij nu eens even, vooruitgrijpend op ons verhaal, veronder^) Boule et Vallois, a.b., p. 92; Le Gros Clark, a.b., p. 65; Heberer, Neue Ergebnisse der menschlichen Abstammungslehre, Göttingen, 1951, p. 57; Hooton, Up from the ape, New York, 1946, p. 281. -) Von Koenigswald, Proc. Kon. Ned. Akad. v. Wetensch. Series B, 56, p. 403—413, 427—438, 1953; 57, 85—91, 1954; Nature, 173, p. 795, 1954. Zie ook Romer, Man and the vertebrates, Chicago, 7e ed., 1948, p. 187.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 192

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's