1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 166
124
C. C. W. J. HIJSZELER DISCUSSIE
De heer Jonker : a. Welke methode werd gebruikt bij het vervaardigen van de vuurstenen voorwerpen? b. Op welke wijze werd uw keuze van de plaats ,,Usselo" bepaald? De spreker : a. Met een steen sloeg men van een nucleus spanen of klingen af. Deze werden dan verder met een andere steen (klopsteen) bewerkt. b. De keuze van de plaats van onderzoek werd bepaald door de vondst van een groot aantal bewerkte en onbewerkte vuurstenen voorwerpen op de bodem van een door de wind diep uitgestoven kuil. De heer Munting : Is er een overgang te vinden in cultuurresten tussen de periode door U beschreven (10.000—8800 vóór Chr.) en het begin van onze jaartelling? De spreker : Het is niet zo heel gemakkelijk hierop in het kort een antwoord te geven. De perioden, die in de praehistorie worden onderscheiden, staan niet los naast elkaar, maar zijn verbonden door een draad, die nu eens is afgeknapt, later weer werd opgenomen. Het stramien in grafbouw b.v. blijft, al zijn daarin ook nlet-inheemse elementen te onderscheiden. Een bepaalde breuk ligt in het eind van de Midden-Steentijd. De mens "wordt in plaats van voedselinzamelaar een voedselorganisator. Het aardewerk komt dan ook voor het eerst in gebruik. De heer van Melle : Waarom werkten de beschreven werklieden in hun atelier met het gezicht naar het westen? U hebt gezegd, omdat de tent naar het westen open was. Maar waarom was dat zo? Is de verwijzing naar de analogie van wat koeien doen (?) in dit verband voldoende verklaring? De spreker : Hierop is tot nu toe geen afdoend antwoord te geven. In dit geval was het vaststellen van sen feit gemakkelijk, maar een verklaring hiervoor moeilijk. De heer van Dalen : Is er een verklaring bekend van het feit, dat de stenen gereedschappen meermalen in grote aantallen bijeen gevonden worden? De spreker: Het aantal bewerkte voorwerpen was in verhouding tot het totale aantal gevonden vuurstenen zeer klein (slechts 4 %). Deze zijn in het zand achtergebleven. Het merendeel heeft men meegenomen. De heer Wiggers: ' l a. In Usselo zijn geen aanwijzingen gevonden betreffende de dodencultus. Kent men enige gegevens over dodencultus in andere delen van WestEuropa of Amerika? b. Hoe denkt inleider over de interpretatie van de vondst van met stenen bezwaarde dieren in do opgraving Meiendorf (Hamburg)? Gelooft U, dat de interpretatie van dierenoffer juist is? c. Hoe zijn uw ervaringen met bezoek van b.v. Chr. schoolleerlingen aan uw museum, als U vertelt over ouderdomsbepaling van b.v. Usselo? In het museum Schokland N.O.P. is het wel voorgekomen, dat een onderwijzer het museum verlist bij het horen van een ouderdom van meer dan 9000 jaar.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's