Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 320

3 minuten leestijd

248

M. J. ELZINGA

welke de verwekker of wat de oorzaak van de ziekte is, maar tracht men te weten te komen, waarom juist nu, op dit ogenblik, de ziekte een aanvang heeft genomen. Zoals zo dikwijls hebben de kunstenaars ook hier het probleem veel eerder gevoeld dan de beoefenaar van de wetenschap zich er rekenschap van heeft gegeven. Immers reeds enkele eeuwen terug, in de Romantiek, is het verband gelegd tussen een verbroken verloving en het optreden van een of andere slepende ziekte, bijvoorbeeld de tuberculose. Het ligt voor de hand om hier als mede-oorzaak van deze Kochse-infectie het psychisch trauma te nemen. Echter, dit is niet een antwoord op de vraag naar het waarom, maar veeleer het zoeken naar een tweede oorzaak naast de infectie met de tuberkelbacil. Men kan in dit voorbeeld ook een symboolkarakter van de ziekte waarnemen, nl. het wegkwijnen door liefdesverdriet wordt gesymboliseerd in het wegkwijnen van de t.bc. Toch geeft ook dit geen bevredigend antwoord op de vraag naar het waarom. Veeleer kan dit zo worden gezegd, dat het waarom inhoudt een reden voor het ziek zijn. Vandaar, dat ik dit de rationaliteit heb genoemd. De reden wordt bepaald door de rede, het overleg. Dit overleg geschiedt meestal onbewust, maar uit zich in het ziek worden, wat dan weer wil uitdrukken, dat het leven te zwaar is geworden of dat het überhaupt niet meer mogelijk is voor de patient om te leven. Zo is het dus van het grootste belang, dat de arts zich op de hoogte stelt van de belevenissen, welke de patiënt heeft doorgemaakt voordat de ziekte is begonnen, omdat hieruit soms belangrijke gegevens naar voren kunnen komen, die een antwoord kunnen geven op het waarom van de ziekte. Wat de finahteit betreft, de vraag naar het waartoe, kan het volgende worden opgemerkt. Ieder mens schept zich, bewust of onbewust, een toekomstbeeld. Dit begint reeds in de kinderjaren, waarin het meisje moeder of een jongen autobus-chauffeur wil worden. Uit de aard der zaak spelen hier identificatie-processen een rol, maar dit voorbeeld is ook slechts als illustratie bedoeld. Het beeld, dat de mens zich schept, is ongetwijfeld afhankelijk van en wordt mede bepaald door zijn verleden, in de meest ruime zin van het woord, als bijvoorbeeld zijn congenitale eigenschappen, zijn opvoeding, het milieu van waaruit hij komt, en dergelijke. De mens is echter niet absoluut gebonden aan zijn verleden, maar kan van dag tot dag een keuze doen uit de mogelijkheden, welke zich aan hem voor doen. Deze keuze kan mede bepaald worden door het beeld, wat de mens zich van zijn toekomst heeft geschapen. Dit toekomstbeeld verandert in de loop der

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 320

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's