1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 42
G. A. LINDEBOOM
26
wellicht zelfs over haar hogere eenheid (als de genoemde nog niet hoog genoeg is), anders gesproken kunnen en moeten worden — namelijk wanneer men zich bezint op haar doel. H e t zou ook onjuist zijn te menen, dat deze vraag de centrale is in de medische philosophic. De medische wijsbegeerte, hoe schaars ook beoefend, staat voor tal van problemen. Het is haar taak zich te bezinnen op de vooronderstellingen der medische wetenschap, haar hoofdbegrippen (gezondheid en ziekte), het wezen der geneeskundige hulp, en zoveel meer. Overigens is Kuyper niet de enige, die de medische wetenschap bij gebrek aan een philosophic het echt-wetenschappelijk karakter bestrijdt. Dit is ook van medische zijde betoogd: „In default of a philosophy of inedicine there can indeed b e no true science of medicine', zegt de medico-historicus Cwoksliank i^). (Slot volgt). AANTEKENINGEN 1)
Dr A. Kuyper. Encyclopaedie der heilige Godgeleerdheid. Deel twee, Algemeen deel, p. 147. Kampen, J. H. Kok. '•') Bij Kuyper worden de termen soma, to zoon en psuchè steeds met Griekse letters aangegeven. '•') R. Virchow. Ueber die Standpunkte in der wisscnschaftlichcn Medizin. Virchows Archiv. Bd I, p. 3, 1847. •») R. Virchow. I.e., p. 7. 5) Richard Koch. Die Aerztliche Diagnose. Wiesbaden ] 920 (p. 149). 8) Von Weizsdcker. Falle und Probleme. Stuttgart 1947; Der Begriff der allgemeinen Medizin. Stuttgart 1947; Arzt und Kranker, Stuttgart 1949, etc. '') L. Lindeboom. De betekenis van het Christelijk geloof voor de medische wetenschap. Gezelle Meerburg, Heusden, 1887. '*) Men vergelijke bij voorbeeld, welke associaties iemand van een zo brede historische eruditie als Daremberg er aan vastknoopt. Ch. Daremberg. La Médecine histoire et doctrines. Paris 1865. Introduction p. VIL ,,Je ne crois pas plus a une médecine métaphysique ou catholique qu'a une chimie ou a une physique qui avait la pretention de se fonder sur les dialogues de Platon ou sur les theses de Saint Thomas; je sais tout ce que valont les doctrines spiritualistes et les doctrines chrétiennes; je sais a quoi elle servenl pour l'éducation morale et réligieuse de Thomme; mais je n'ai jamais compris qu'on voulüt les faire intervenir en une science qui a Ie corps pour objet, et qui, après tout, est essontiellement la même pour les animaux et pour l'homme". ") R. Virchow. Ueber die Reform der pathologischen und therapeutischen Anschauungen durch die mikroskopischen Untersuchungen. Virchow's Archiv ï, 207, 1947 (zie p. 230). ''*) Citaat bij Fr. Hartmann. Die Medizin des Theophrastus Paracelsus. Leipzig z.j. (p. 92). ^^) In gelijken geest uitte zich de grote Boerhaave: ,,D' uiterste boven natuurlijke, of d' eerste natuurlijke oorzaken na te vorsen, is ook onnodig, onnut, of onmogelijk voor een geneesheer" (Instit. § 27, 28). 1") A. Joris. Vom Sinn der Krankheit. Hamburg 1950.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's