1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 290
224
NIC. H. RIDDERBOS
heerserspositie van de mens; de opdracht om te heersen, te onderwerpen sluit ook in zich de opdracht de natuur te onderzoeken. Doordat Gen. 1 : 26 vv., weer vooral als men deze verzen leest in verband met heel dit hoofdstuk, ons spreken van de zeer bijzondere positie van de mens, ontvangen we in principe de juiste blik op het onderscheid tussen mens en dier. Om ook dit nog te noemen, deze zelfde verzen leren ons, misschien niet geïsoleerd gelezen, maar wel gezien in verband met het geheel der Schrift, dat het menselijke geslacht één stamvader heeft. c. Zoals sub a werd betoogd, zal men bij de „kader-opvatting" zeer voorzichtig moeten zijn met het trekken van conclusies uit Gen. 1 op natuurwetenschappelijk gebied. Dat betekent uiteraard ook dit: wanneer men Gen. 1 op een meer „letterlijke" wijze opvat, is het moeilijk Gen. 1 in overeenstemming te brengen met de resultaten van de natuurwetenschap; bij de ,,kader-opvatting" vallen veel van die moeilijkheden weg. Maar dat sluit geenszins in, dat, als men ten aanzien van Gen. 1 de „kader-opvatting" huldigt, het gemakkelijk zou zijn de overeenstemming te zien tussen wat de natuurwetenschap poneert aangaande het ontstaan van de wereld, en wat de Bijbel ons dienaangaande openbaart. Er blijven moeilijke vraagstukken genoeg over; het is misschien meer met de werkelijkheid in overeenstemming te zeggen: meer dan ons lief zou zijn. 'k Noem twee diep ingrijpende vraagstukken, nl. de vraag naar de intrede van de dood: was de dood er reeds vóór de zondeval?, en de problemen, opgewoi-pen door de historische anthropologic, 't Lijkt me niet nodig in deze voordracht die vraagstukken nader aan te stippen, omdat ze op de in Mei gehouden vergadering reeds ter sprake ^ijn geweest i). 11. Tenslotte nog een enkele opmerking over de nadere exegese van Gen. 1. De gedachte kan rijzen, dat bij de „kader-opvatting" de inhoud van Gen. 1 verschraalt. Maar dat is geenszins het geval. Geëxegetiseerd naar de „kader-opvatting" doet Gen. 1 minder uitspraken, die op natuurwetenschappelijk gebied liggen, dan wanneer het hoofdstuk meer „letterlijk" wordt opgevat. Maar dat behoeven we niet als verlies te beschouwen. Het staat niet zo, dat we bij de „kaderopvatting" heel de inhoud van Gen. 1 wel in één uitspraak kunnen samenvatten, b.v. in de uitspraak, dat God de Schepper is van al het 1) Zie het verslag in dit tijdschrift, deze jaargang, pag. 133 vv.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's