Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 90

2 minuten leestijd

66

J. W. BRUINS Het voorgaande is samen te vatten in de volgende stellingen :

1. Bij het merendeel van de tot dusver bekende endogeen ontstane morphogenetische afwijkingen bij de mens speelt de erfelijke overdracht de grootste rol. 2. Aan ieder manifest geworden doorbraak op de lijn der phaenogenese hebben zowel endogene als exogene invloeden hun aandeel gehad. 3. Exogeen ontstane en langs experimentele weg veroorzaakte storingen in de afloop van de embryonale ontwikkeling zijn meestal endocopiën. 4. Systeemziekten, gesymptomatiseerd door vreemde syndromen, wijzen altijd in de richting van erfelijkheid. 5. Dominant overervende morpho-genetische stoornissen kunnen onschuldig zijn in een heterozygote vorm, doch geven meestal aanleiding tot zware misvormingen wanneer zij hompzygoot doorbreken. 6. Monstra bij de mens horen thuis in de tweelingpathologie, omdat zij zich uitsluitend kunnen ontwikkelen met behulp van de normale partner. 7. Zij komen alleen voor bij één-eiïge tweelingen, waar de splijting van de aanvankelijk als eenling aangelegde vrucht te laat is opgetreden (monochoriale-monoamniale tweelingen). 8. Zoals Strupler (10) reeds veronderstelt, verloop deze splijting van het reeds gedetermineerde celmateriaal niet ongestraft, doch geeft aanleiding tot ernstige afwijkingen bij de ene helft van de tweeling. 9. Deze te late splijting is genetisch verankerd binnen familiekringen, waar niet alleen tweelingen veelvuldig voorkomen, doch waar ook een ophoping van morphologisch degeneratieve kenmerken het genoom verraadt. SUMMARY: 1. In the majority of the so far noted cases of morphogenetic deviations in human beings the most important part is played by heredity. 2. Every interruption which manifests itself in the line of phaenogenesis may be traced to both endogenous and exogenous influences. 3. Irregularities in the final outcome of embryonic development

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 90

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's