1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 270
208
BOEKBESPREKING De sport in onze samenleving. Publicatie no. 11 van het Nederlands gesprekcentrum. Samenstellers: prof. mr I. A. Diepenhorst; rector P. Boymans; C. Graamans; ir H. F. Hopster; prof. dr ir J. P. Mazure; C. Ras; mr J. P. M. Starmans. 32 bL^. Prijs ƒ 1.50. Uitgeverij: W. P. van Stockum en Zonen, Den Haag. 1955.
Deze brochure van slechts luttele bladzijden geeft het resultaat weer van de commisie, die in 1952 door het Nederlands gesprekcentrum werd uitgenodigd om te rapporteren over het sportvraagstuk. Het spreekt vanzelf dat in een dusdanig gecomprimeerd geschrift niet volledig op het sportvraagstuk kan worden ingegaan. In de inleiding erkent de commissie dan ook, dat de sport een historische verbondenheid heeft, en daarin een religieuze, wijsgerige en sociologische belichting niet kan missen, en ook dat de staat op het terrein der volksgezondheid en dat der defensie een raakpunt heeft met de sport. Het ware interessant om een werk te zien verschijnen, dat in den brede de bovengenoemde raakvlakken van het phaenomeen sport belichten zou. „De invoering van de 48-urige werkweek, omstreeks 1918, bracht mee - zegt het rapport op pag. 6 - dat er mogelijkheid kwam om meer aan sport te doen en dat deze één der middelen werd om het vraagstuk der vrije tijdsbesteding op te lossen." Deze uitspraak stemt tot nadenken. Wanneer men over de vrije tijdsbesteding hier en daar wat na leest, dan komt men n.l. toch vaak tot de conclusie, dat een geweldig aantal jongeren de gewonnen vrije tijd meer door brachten met in de bioscopen te zitten en al slenterende baldadigheid bedrijven. Na 1930 is er meer paedagogische bemoeienis met de jeugd gekomen en heeft de Overheid, verontrust door het dalen van het ledental van vele jeugdorganisaties, zich intensief bemoeid met de sport. Aldus het rapport. Het is de moeite waard om te zien of nu door de commissie over deze vrije tijdsbesteding i.v.m. de sport ook iets wordt gezegd. Het wil schrijver dezer regelen voorkomen, dat de vrije tijd van vele jongeren enerzijds overmatig wordt opgebruikt voor sportdoeleinden; anderzijds, dat speciaal in het reformatorische kamp het heilzame van de lichamelijke oefening juist in de vrije tijd, te weinig wordt ingezien. In dit verband wil ik gaarne wijzen op een artikel van de hand van H. J. Westerink in het blad ,,De strijdende Kerk", 10e jaargang, no. 246. Uit dit artikel ,,Christelijke Massajeugd", haal ik het volgende aan : ,,Ik zou in deze tijd een lans willen breken voor de noodzaak van sport. En ik herinner u er weer aan hoe lichamelijk het jonge geslacht leeft en wie lichaam zegt, kan het sexuele probleem niet ontgaan. Om de jonge mens die volle breedte voor ogen te houden, lijkt mij in onze tijd sport noodzaak. Maar dat stelt direct een andere vraag aan de orde: Sport en Zondag. Ik heb dat onlangs van principiële zijde zo gesteld gezien: Wat is beter, de jeugd van de ,,wereld" Zondags langs de straat te laten slenteren (met alle gevolgen van dien), of verdient het de voorkeur hun toch de mogelijkheid te geven van sportbeoefening op Zondag?" Schrijver noemt dit als bewijs hoe het sportvraagstuk vastzit in de problematiek van onze tijd. Wat de Christelijke jeugd betreft, daarvan zegt Westerink: ,,Wij staan niet los van het gebeuren in de wereld. Niemand zal de Christelijke jeugd op Zondag het spel verbieden, het gezelschapspel neemt m.i. in het gezin op Zondag een grote plaats in. Maar stelt de „lichamelijke instelling" van de jeugd niet de vraag aan de orde of het vroegere gezelschapspel wel voldoende oplossing geeft voor de gesignaleerde lichaams
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's