Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 55

2 minuten leestijd

KUYPER OVER DE GENEESKUNDE door G. A. LINDEBOOM (vervolg en slot i ) )

II.

EUDOKIA.

En thans wenden we ons tot Kuyper's rede over Eudokia i*'). Na een inleiding over de historische wording van het ziekenhuis, komt hij tot het spreken over de keuze van den medicijnmeester. Met kracht verdedigt hij — hoewel in Eudokia niet de humaniteit, doch de Christus Consolator de kranken tot zich roept — de keuze van nietChristelijke geneesheren, als die het beste zijn. Salomo bouwde de tempel met hulp van de knechten van Hiram, en terecht, want deze tempelbouw was een proefstuk der gemene gratie. Daarom: „niet wie het meest vast in zijn geloof stond, maar wie 't best en 't schoonst den kunstbeitel hanteerde, werd de man". Zo ook nu „niet naar willekeur, maar conform schriftuurlijke aanwijzing, ging dan ook het bestuur van Eudokia te werk, toen het, met name, waar het op 't kundigst opereren aankwam, de poorten niet sloot voor den besten operateur". „Wat de ziel verzoenen en het lichaam redden kan. .. . beweegt zich thans in onzen nog alleszins zo gebrekkigen staat langs twee verschillende lijnen". Men kan nu eenmaal ,,een stoer en vast belijder en toch een onbeholpen chirurg" zijn. In het derde deel van 2;ijn rede gaat Kuyper dan nader in op de verhouding van geneeskunde en geneeskunst tot de Christelijke religie. Hij wijst op de opkomst der geneeskunst bij de heidenvolken, en ook op het belang van de geschiedenis der geneeskunde, waarvoor hij als Minister een leerstoel had willen instellen. Onder den indruk van de publicaties van zijn candidaat hiervoor, de medico-historicus dr Peypers, één der oprichters van het medisch-historisch tijdschrift Janus (1896), die in 1904 ontijdig overleed, ziet hij haar belang (voor ons besef ten onrechte) '^'') vooral in de mogelijkheid van het terugvinden van vergeten methoden van behandeling. Vervolgens echter wijst hij op de hogere vlucht, die de geneeskunde, en ook de ziekenverpleging, in de Christenlanden nam. Zo toont hij 1) Zie voor het eerste deel blz. 17 (Februari-nummer).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 55

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's