Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 196

2 minuten leestijd

144

J. LEVER

woord op onze vraag kan geven, maar wel de producten van de menselijke geest. Nu spreekt dit vanzelf wanneer men als anatomische criteria voor het mens-zijn de bouw van het bekken, van de kaken en kiezen neemt. Voor velen is het echter niet gezegd dat de bouw en de grootte van de hersenen, de zetel van de geest, ons ook als criteria ontglippen. Voor vele onderzoekers speelt de schedelinhoud dan ook nog een belangrijke rol, als laatst overgebleven anatomisch criterium. Daar wij allen geneigd zijn het bezit van veel hersenen als een teken van grote intelligentie te beschouwen, doen wij goed even bij dit criterium stil te staan. Door Weidenreich i) is deze vraag gesteld: „Is modern man really more intelligent than Peking or Java man or any great ape only because his brain is larger?" Wij zullen zijn antwoord op deze vraag bezien. De recente mens heeft een gemiddelde schedelinhoud van ca. 1350 cc. Interessanter zijn echter de minimum- en maximumwaarden, die ca. 910 en ca. 2100 cc. 2) blijken te zijn. En nu heeft een uitvoerig onderzoek aan het licht gebracht, dat mensen met zeer weinig hersenen beslist niet minder intelligent behoeven te zijn dan die met 2000 cc. Zo hadden b.v. Anatole France en Gambetta beiden slechts ca. 1100 cc. hersenen. De minimum-waarden van de recente mens vallen dus in de orde van grootte van Sinanthropus en Pithecanthropus (fig. 12.). Weidenreich concludeert dan ook dat „neither the HERSENVOLUMEN

490 590 690 TOO ego 900 loc» 'KX> lapo opo i^po tspo 1^00 i y o 100019002900 xo cc ^Sin*nthroDus Pitheonlhropu»

, ^omo ne«n<Jert»len5is ,

AuBtr>lQp[lhacin*<^

Fig. 12. absolute nor the relative size of the brain can be used to measure the degree of mental ability in animal or in man". Aan het einde van het betreffende artikel komt hij tot de conclusie: „studies made on skeletons alone will never enable us to make statements about either the mentality of the individuals concerned or about mental change or 1) Weidenreich, The human brain in the light of its phylogenetic development. The Scientific Monthly, 67, p. 103—109, 1948. -) Weidenreich, Apes, giants, and man, 1948, p. 92.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 196

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's