1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 37
KUYPER OVER DE GENEESKUNDE
21
En Richard Koch gewaagt van het „Gefalir, in der die Heilkunde immer schwebt, dasz sie infolge der Natur ihres Gegenstandes und der geistigen Beschaffenheit des Menschen, von einer Zweckkunst zu einer Erkenntniskunst wird" 0). De uiterste consequenties van dit gevaar, dat gepaard gaat met een verzwakking van het ethisch besef, is te zien in de Duitse excessen, uit den laatsten oorlog, toen weerzinwekkende experimenten op mensen geschiedden — maar dit gevaar ligt in iedere wetenschappelijke kliniek op de loer. De trots over een knappe diagnose is zo licht groter dan de vreugde over een geslaagde behandeling. Het is daarom van groot belang, dat het medisch karakter van de medische wetenschap integraal, en niet alleen uit historische overwegingen, gehandhaafd blijft. Hoe men de geneeskunde omschrijven wil, steeds zal het doel van het genezen (en voorkomen) van ziekte een integrerend moment dienen te vormen. De eenheid der geneeskunde ligt in haar gerichtheid op de therapie. Dit verliest Kuyper uit het oog. Hij noemt wel aan het slot de „studiën, die zich op de therapie richten", maar doordat hij deze te veel isoleert en de therapie losmaakt van de pathologie, komt het onderlinge verband, de therapeutische gerichtheid der medische wetenschap als geheel, bij hem niet tot zijn recht. De vakken staan los naast elkaar. Zo spreekt hij later, wijzend op het gemis van een hogere eenheid, van „op zich zelf staande studiën", waartoe de geneeskunde zich beperkt. Maar, ook al spreekt de therapeutische gerichtheid, het uiteindelijke doel, niet bij iedere studie op het gebied der medische wetenschap even sterk, toch is deze overal aanwezig. In een schijnbaar theoretische studie kan plotseling een grote therapeutische mogelijkheid liggen: die mogelijkheid is de stimulans voor den echten, medischen onderzoeker : A medendo medicus vacatur. Object der medische toetenschap. Het is zeer opmerkelijk, dat Kuyper als het object der medischewetenschap met nadruk en bij herhaling aanwijst het lichaam (soma) van den mens. Hij grenst dit object dan af naar het dierlijk lichaam, en de menselijke geneeskunde zo naar de veterinaire. Ongetwijfeld geeft hij éénmaal de toevoeging; of liever de mens naar zijn somatische zijde. Maar deze concessie is zwak, wordt niet herhaald en in feite weer opgeheven door de nadrukkelijke verzekering: .,Het menselijk soma, en dat alleen, moet dus het object van het complex der medische studiën blij\en!"
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's