Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 100

2 minuten leestijd

74

R. HOOYKAAS

Houter en Keuchenius tot oprichting van de Christelijke Vereniging van Natuur- en Geneeskundigen in Nederland. In een schrijven van 26 December '^) stelt Roozeboom Kuyper van dit voornemen in kennis en vraagt hij een onderhoud aan om te spreken over de voorgenomen grondslag („onvoorwaardelijke aanvaarding van het gezag der Heilige Schrift") en over de wenselijkheid theologen tot de vergaderingen toe te laten en een theologisch adviseur uit te nodigen. Wij zouden hieruit de indruk kunnen krijgen, dat Roozeboom in een nogal onderworpen houding tegenover de theologen en vooral tegenover Kuyper stond. Maar de vier bewaard gebleven brieven van hem aan Kuyper bevatten drie in keurige bewoordingen geklede en niet onverdiende standjes aan het adres van de Geweldige. Een er van betreft een kwestie, die reeds dikwijls christelijke natuuronderzoekers gehinderd heeft, namelijk het goed vertrouwen van sommige theologen in natuurwetenschappelijke speculaties zodra die hun vóór-oordeel in het gevlei komen. Kuyper had de speculatie van een physicus over stromingen in de wereldaether, welke zondvloed en wereldbrand zouden verklaren, met blijdschap aangegrepen als bewijs, dat zij, die zich aan de openbaring hielden, op deze punten feitelijk wijzer zijn geweest dan zij, die er om lachten. „Het spijt mij werkelijk U deze vreugde te zien openbaren", zegt Roozeboom, en hij zet uiteen, dat deze aethertheorie „niets dan een wetenschappelijke gril" is, waarvan de „waarde op het oogenblik gelijk nul is" §). Er blijkt hier een sterk verschil in opvatting tussen deze twee groten. Kuyper, geneigd tot systeemvorming en niet wars van speculatie (hij waardeerde de darwinistische theorie, hoezeer hij de zakelijke inhoud verwierp, boven de positivistische houding die niet tot een synthese komt en bij een moedeloos „ignorabimus" (wij zullen niet weten) blijft staan); Bakhuis Roozeboom, uiterst voorzichtig tegenover hypothesen en geneigd zich te houden aan het feitelijk gegevene (hij waardeerde Lorentz' positieve wetenschap boven Ostwald's natuurphilosophische speculaties). Dit is vermoedelijk ook de oorzaak, dat Roozeboom zo weinig directe invloed op de vereniging gehad heeft. Hij wilde geen voorzitter zijn, omdat, zoals hij schrijft: „ik tijd noch krachten heb om dat te zijn wat een voorzitter m.i. voor onze vereeniging dient te zijn", en omdat, gezien het overwegend getal der medici, een arts deze plaats toekomt. Hij schreef geen artikelen van principiële aard voor '') Kuyper-Archief no. 5752. 8) Kuyper-Archief no. 5283.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 100

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's