Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 179

2 minuten leestijd

DE OORSPRONG VAN DE MENS ') door

J. LEVER I. INLEIDING Slechts anderhalve eeuw geleden heerste nog algemeen onder de natuuronderzoekers de, aan een letterlijke interpretatie van Genesis ontleende, rustige opinie dat de mens slechts ongeveer 6000 jaren geleden door God was geschapen. Fossielen van mensen waren onbekend, er was geen enkel argument dat reden gaf te veronderstellen dat het anders geweest zou kunnen zijn. De instelling werd geheel gewijzigd toen het evolutionisme opkwam. Reeds in de „Philosophie zoologique" van de Lamarck uit 1809 wordt gesteld dat het evolutie-principe naast een voorstaan van de gedachten van generatio spontanea, van genetische verbondenheid der planten- en diergroepen, en soortverandering, ook impliceerde dat de mens uit het dierenrijk is voortgekomen. Deze gedachte, uitdrukkelijk door alle latere evolutionisten aanvaard, werd in woord en geschrift als een dusdanige vanzelfsprekendheid naar voren gebracht, dat naderhand de vondsten van prae-historische mensen en mensachtige wezens als eclatante bewijzen voor de juistheid van deze opvatting werden beschouwd. Daar in de orthodox-protestante kringen de 18e eeuwse opvatting nog veelal geheel of gedeeltelijk wordt gehuldigd en hier tevens de mening voorkomt, dat een accepteren van de vondsten van de natuurwetenschap grote schade zou berokkenen aan onze geloofsinhouden, IS het, nu wij vandaag het vraagstuk van de oorsprong van de mens aan de orde stellen, van groot belang om niet alleen na te gaan wat wij hieromtrent nu precies weten, maar ook om de eerste hoofdstukken van Genesis en de wetenschappelijke gegevens met elkander te confronteren. II.

DE PALAEONTOLOGISCHE VONDSTEN EN HUN WAARDE Zoals bekend wordt de mens gerekend tot de zoogdier-orde der Primates. Deze kunnen wij gemakshalve verdelen in halfapen, apen, ^) Voordracht gehouden in de vergadering van 7 Mei 1955 te Amsterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 179

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's