Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 164

2 minuten leestijd

122

C. C. W. J. HIJSZELER

die vindplaatsen een aparte plaats in en wel door het voorkomen van krombekstekers en kerfspitsen, die gidsvormen zijn van de zgn. Hamburger-cultuur (genoemd naar de vindplaats Meiendorf bij Hamburg door Rust). Deze laatste cultuur is ouder dan die van Usselo. Want zij hoort thuis in de Oudste Toendra-tijd, toen de vegetatie in die omgeving volgens het pollenanalytisch onderzoek nog bestond uit een boomloze toendra (14.000—12.000 vóór Chr.). In verband met de ontwikkeling van de kerfspits tot steelspits onderscheidt men wel een Hamburg I, II en III. Het voorkomen van krombekstekers en kerfspitsen in Usselo hebben we zo verklaard, dat de uitloper van de Hamburger-cultuur (dus Hamburg III) en de cultuur van Usselo elkaar hebben geraakt. Voor de datering zijn verder van bijzonder belang de schrabbers met omlopende randretouche, de zgn. Gravettespitzen enz. Dit zijn allemaal voorwerpen, die in het Laat-Palaeolithicum thuishoren. Vergelijken we deze vondsten met die uit de daaropvolgende midden-steentijd (plm. 8000—2000 vóór Chr.), dan zien we, dat deze artefacten in die periode niet meer voorkomen. De midden-steentijd is het tijdvak van de microlithen. Welke betekenis hebben de resultaten van de onderzoekingen te Usselo voor de archaeoloog, maar in het bijzonder ook voor de geoloog? Ie. Behalve aan de hand van de voorwerpen zelf hebben wc de vondstenlaag, doordat zij besloten lag tussen organogene meerafzettingen, ook langs pollenanalytische weg kunnen dateren. 2e. We hebben hier te maken met een volkomen gesloten vondstengroep. D.w.z. we hebben een grote staalkaart gekregen van artefacten, die in een bepaalde periode thuishoren. De meeste tot nu toe op dit gebied gedane vondsten zijn losse vondsten. Het blijkt nu, hoe voorzichtig micn moet zijn de laatste te dateren. Want in Usselo komen artefacten voor, die men zonder meer óf in een oudere óf in een jongere periode zou dateren. 3e. Door een zeldzaam gelukkige omstandigheid bij Usselo hebben we het scheidingsniveau tussen jong en oud dekzand kunnen dateren, n.l. B0lling-tijd. 4e. In het gebied, dat eens door het landijs bedekt is geweest, treft men vaak lange, enkele meters hoge heuvelruggen aan, die soms een aanzienlijke lengte hebben en uit gelaagde zanden bestaan. Deze ruggen staan bekend onder de naam van smeltwaterruggen. Men heeft aangenomen, dat zij afzettingen zijn van smeltwater-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 164

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's