Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 202

2 minuten leestijd

148

J. LEVER

IV. DE RELIGIE VAN DE PRAE-HISTORISCHE MENS Daar wij reeds in het begin van onze voordracht stelden dat de religieuze achtergrond vandaag in het centrum van onze bespreking van het vraagstuk van de „oorsprong van de mens" zou staan, is het, voor wij op de relatie van Genesis en de wetenschappelijke vondsten ingaan, van groot belang nog kort te bezien of men iets te weten is gekomen van een al of niet rehgieus besef bij de Pleistocene mensenvormen. Wij zullen drie aspecten die men aan iedere religie kan onderscheiden bezien, n.l. de houding t.o.v. het hiernamaals, de cultus, en de voorstelling die men had van God. Over de houding t.o.v. het hiernamaals kunnen wij iets afleiden uit de wijze waarop men de doden behandelde. Van de oudste mensachtige vormen, zoals Pithecanthropus en Sinanthropus, worden de skeletresten vrijwel steeds deerlijk verminkt gevonden. Zeer algemeen is de schedelbasis rond het achterhoofdsgat opengebroken, vermoedelijk om de hersenen te kunnen consumeren. Kannibalisme was waarschijnlijk wijd verbreid. Belangrijk is echter dat men reeds van de Neanderthalers echte graven kent. Verschillende van deze mensen werden met sterk opgevouwen benen in een ondiepe groeve begraven, terwijl om het lichaam stenen ter bescherming werden neergelegd. In het graf werden werktuigen en stukken vlees meegegeven. Verder werd het lijk met rode oker bestrooid. Zijn dergelijke graven bij de Neanderthalers niet zo algemeen en zijn hun restanten, veelbetekenend, ook wel tussen het keukenafval gevonden, bij de ijstijdmens is begrafenis regel (zie fig. 17). Ook bij hen werd een groeve gemaakt in de woonspelonk, veelal in een haard, waarin het met rode oker bedekte lijk met sterk opgetrokken knieën, tezamen met werktuigen, versieringen en voedsel, werd gelegd. Om het geheel vormden stenen een beschutting. Deze wijze van begraven was een zeer verbreid gebruik. Men kent het b.v. van vele plaatsen in Frankrijk, uit Duitschland, Tsjecho-SIowakije. De Krim, Palestina, Noord- en Oost-Afrika, tot bij Kaapstad in Zuid-Afrika. Het is voor ieder evident dat een dergelijke begrafenistechniek er op wijst, dat deze Neanderthalers en ijstijdmensen er van overtuigd waren dat het met de dood niet afgelopen was. Interressant is de beschouwing van de Duitse onderzoeker Kühn i). Deze meent dat dit 1) Kühn, 1954, a.b., p. 149 e.v. Men zie ook de mening van Breuil, Die altere und mittlere Alsteinzeit, Historia Mundi I, p. 259—288, 1952.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 202

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's