Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 197

2 minuten leestijd

DE OORSPRONG VAN DE MENS

143

progress over a period of time". Hoe kan dat dan wel? „Cultural objects are the only guide so far as spiritual life is concerned". Dat betekent dus dat, nu wij langs anatomische weg niet tot de conclusie kunnen komen wat nog dier en wat reeds mens is, wij slechts aan de hand van de materiële getuigen van de geestelijke activiteit van de mens nader tot de oplossing van ons vraagstuk kunnen komen. III.

DE CULTURELE OVERBLIJFSELEN

Wij zullen ons dus vervolgens in het kort een indruk moeten vormen van de culturele ontwikkeling van de mens )). De oudste stenen werktuigen zijn gevonden in Afrika. De mensen die hen vervaardigden verbleven langs de oevers van meren en rivieren, afhankelijk als zij waren van water en wild. De werktuigen maakten zij van de aan de oever te vinden rolstenen. Deze werktuigen zijn uiterst primitief van vorm (zie fig. 13). Door een aantal schilfers af te slaan verkreeg men een scherpe kant of een eenvoudige punt. Deze werktuigen werden vermoedelijk gebruikt voor het villen van prooidieren en het snijden van stukken vlees. Men kent dit industrietype van Oost-Afrika, de Soedan, de Belgische Congo, en van een terras van de rivier de Vaal in Zuid-Afrika. Het belangwekkende is nu dat deze oudste menselijke cultuurvoortbrengselen dateren uit het vroege begin van het Pleistoceen. Men moet dus concluderen dat de betreffende mensen reeds tijdgenoten waren van de Australopithecinae. We kunnen dus vaststellen dat, wanneer onze tijdsrekening juist is, de mens reeds ca. 500.000 jaren geleden op aarde voorkwam. Enigszins jonger maar nog niet veel verder ontwikkeld zijn werktuigen die men in Tanganyika heeft gevonden. Op deze rolsteenculturen volgen in het eerste interglaciaal de handbijlculturen. Deze werktuigen vertonen reeds een verdergaande afwerking: veel grotere delen van het oppervlak van de steen werden met behulp van een hamersteen afgeslagen, waardoor diepe littekens ontstonden (zie fig. 14). Men vermoedt dat deze cultuur in CentraalAfrika is ontstaan, mogelijk in verband met de rolsteen-culturen, en dat zij zich in de loop van enkele 10.000-en jaren over het grootste deel van Afrika, en naar West-Europa en Zuid-Azië (India) heeft uitgebreid. Deze handbijlculturen hebben gedurende lange tijd bestaan. Zo kent men hen b.v. ook uit het tweede interglaciaal van WestEuropa. 1) Zie hiervoor b.v.: Oakley, Man the toolmaker, London, 1952; Kühn, Das Erwachen der Menschheit, Frankfurt, 1954.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 197

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's