1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 288
222
NIC. H. RIDDERBOS
gegeven. Maar het komt daarbij toch niet op het begrip „dag" aan. Wie dat zou willen poneren, zou ook wel gedwongen zijn te aanvaarden: op grond van Gen. 1 moeten we geloven, dat God de wereld in zes gewone, aardse dagen heeft geschapen. En m.i. komt het zo bij de motivering van het vierde gebod ook niet op de getallen zes en één aan, d.w.z. niet op die getallen als rekenkundige grootheden, wel op die getallen naar hun symbolische waarde. Zeven is een heilig getal. Dat God in zes dagen de wereld geschapen heeft en op de zevende dag gerust, zoals zowel Gen. 1 als de motivering van het vierde gebod zeggen, duidt aan, dat Gods scheppingswerk volkomen is: in de rust op de zevende dag vindt het zijn vervolmaking. M.i. volgt uit het bovenstaande, dat bij de „kader-opvatting" de motivering van het vierde gebod ten volle haar zin behoudt. 10. 'k Moge vervolgens enkele beschouwingen houden over de verhouding van Gen. 1 en de natuurwetenschap, 'k Beperk me tot een drietal reeksen van opmerkingen. a. Bij de „kader-opvatting" zal men zeer voorzichtig moeten zijn met het trekken van conclusies uit Gen. 1 op natuurwetenschappelijk gebied. Er is een zekere overeenstemming — misschien zou het goed zijn „zekere" te onderstrepen — tussen de volgorde, waarin Gen. 1 de schepping van de levende wezens verhaalt, en de volgorde, waarin ze volgens de natuurwetenschap ontstaan zijn. Soms is hiervan een apologetisch gebruik gemaakt. Men heeft gezegd: de natuurwetenschap heeft die volgorde eerst door zeer moeizame onderzoekingen kunnen vaststellen; maar de auteur van Gen. 1 kende die volgorde reeds lang van te voren; dit is een blijk van zijn inspiratie door Gods Geest. Wie de „kader-opvatting" aanvaardt, zal deze redenering zeker niet kunnen volgen. In zoverre er van een overeenstemming gesproken kan worden, is die „toevallig" te noemen. Er steekt niets opzienbarends in, dat de auteur van Gen. 1, toen hij de scheppingswerken ging ordenen, daarbij o.m. een voortschrijden van lager tot hoger toepaste, en dat hij zo eerst verhaalt van de schepping der planten, dan van de schepping der dieren en eindelijk van de schepping van de mens. Ook een auteur, die niet door Gods Geest geïnspireerd werd, zou dit hebben kunnen doen. En in zoverre hiermee tevens de werkelijke gang van zaken wordt weergegeven, kan dit een „toevalligheid" worden genoemd. Volgens Gen. 1 : 12 „bracht — naar goddelijk bevel — de aarde
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's