1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 232
174
T. DEKKER
D. G. Fahrenheit (1686—1736) was de eerste, die in ons land „collegies" gaf voor belangstellende leken. Te Amsterdam hield hij van 1718 tot 1729 voordrachten over mechanica, hydro-dynamica en optica 5). Vermaard waren de lezingen, omstreeks 1730 gehouden in verschillende steden, als Rotterdam, Den Haag en Middelburg, door J. Th. Desaguliers (1684—1744), „die paarende zijne uijtmuntende handigheid in het doen van proeven, met een weergalooze welsprekenheid.. een groot aantal Liefhebbers heeft aangequeekt" ö). Een paar jaar later gaf Martinus Martens (1707—1762) natuurkunde„colleges" in Amsterdam. Omstreeks 1736 brak hij zijn kantoor-loopbaan af om zich geheel aan de studie der exacte vakken te kunnen wijden ''). De aantekeningen, die hij had gemaakt voor zijn eerste college van 1741, werden door een van zijn toehoorders ongevraagd uitgegeven ^). Daaruit blijkt, dat het onderwijs van Martens betrekking had op de in Newton's „Principia" vervatte stof. Hij zag het nut der natuurkunde in de toepassingen (werktuigen, slingeruurwerk) en in de kennis, die zij ons schenkt van „de oneindige wijsheid en grote goedheid van de Schepper". In 1743 aanvaardde Martens het ambt van „Leraar in de Wis-, Sterre-, en Zeevaartkunde aan het Illustre Athenaeum der stad Amsterdam" 9). Zijn verdiensten werden zeer verschillend beoordeeld lo). De lessen van Jan van den Dam, tijdgenoot van Martens en eveneens auto-didact, waren, te oordelen naar zijn geschriften, van geringe betekenis n ) . Van meer belang waren de „collegies" — „nuttige wintersche uitspanningen met het oogmerk uit Gods werken Zijn almagt, goedheid en wijsheit te leren kennen" — gegeven door Benjamin Bosma. Hij promoveerde te Franeker in de wijsbegeerte (1749) en gaf, vanaf 1753, als „gepriviligeert leraar der wijsbegeerte en wiskunde", te Amsterdam les in de exacte vakken aan een onderwijs-instituut 12). Hij was gewoon zijn „college" elk jaar te openen met een redevoering. We vonden er vier : — Over de Natuurkunde, haare oorsprong, voortgang en aanwas, alsmede derzelver vermaek, nut en voordeel. (Amsterdam, 1762). De Natuurkunde, „de wetenschap der dingen, die zich aan onze zinnen opdoen", is een betere „tijdspassering" dan achterklap, kaart- en dobbelspel. Ze begon bij Adam, werd door Cham veri'ijkt met Chemie, beoefend door Mozes, die goud tot poeder wist te verbran-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's