1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 326
254
M. J. ELZINGA
waarom kan dus, afhankelijk van de godsdienstige ligging van de zieke, zeer verschillend door hem worden beantwoord. Dat neemt niet weg, dat het menigmaal niet mogelijk zal zijn op dit waarom een bevredigend antwoord te geven. Immers telkens staat de mens, ook de gelovige, voor deze vfaag, die hij niet kan oplossen. Aanvaarding van het lijden, het volgen van Gods wil in gehoorzaamheid, kan echter een even zegenrijke invloed hebben, als het belijden van schuld gevolgd door de ervaring van zondenvergeving. In het finale echter speelt het godsdienstig beleven een nog duidelijker rol. Immers de mens streeft naar een toekomst. De bijbel leert ons, dat deze toekomst is het met Christus zijn, en dat deze zich uitstrekt tot over het graf. Het met Christus zijn betekent het leven in volle gemeenschap met Hem. Zo kan ziekte ook een finale betekenis hebben in religieuse zin. Het kan zijn een herinnering aan de tijdelijkheid van dit aardse bestaan en een weg naar de uiteindelijke volle gemeenschap door de dood heen. Maar het kan ook bij uitzicht op herstel een middel zijn tot hernieuwde gemeenschap met de Schepper en vp" daar u'*- '^ok met de medemens. Wat zijn nu de practische consequenties van deze overwegingen? Mogelijk zijn zij zo op het eerste gezicht niet vele. Toch is het belangrijk hiervoor nog even Uw aandacht te vragen. Uitgaande van het schepsel-zijn in de ware betekenis van het woord, dus waarbij de mens zich positief gebonden weet aan zijn Schepper, moet allereerst worden gezegd, dat wij artsen met alle ernst en met inzet van al onze krachten de psychosomatische eenheid van de mens hebben te onderzoeken op wetenschappelijk verantwoorde wijze en dat wij onze therapie daarnaar hebben te richten. Mogelijk kan men zeggen, dat wij ons op deze wijze in het bijzonder hebben bezig te houden met twee van de drie aspecten van het mens zijn, nl. psyche en soma. Daarnaast hebben wij ons te realiseren, dat de mens onder deze twee aspecten niet begrepen is, ma'ar dat er een derde aspect bij ieder mens aanwezig is, namelijk de relatie tussen de mens en zijn Schepper. Deze relatie is even essentieel voor het mens-zijn als de beide vorige. Ieder mens is, omdat hij schepsel Gods is, religieus gebonden. Of hij zich dit wel dan niet bewust is, doet aan dit feit niets af. Dit derde aspect is het terrein van de pastorale zorg. Hierboven is reeds iets gezegd over de betekenis van het gebed en het offer, waardoor het gedetermineerd zijn zijn absoluut dwingende eisen verliest. Het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's