Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 195

3 minuten leestijd

DE OORSPRONG VAN DE MENS

143

stellen dat wij tot de conclusie komen dat gedurende het gehele Pleistoceen reeds mensen op aarde voorkwamen, dan is het vervolgens van belang ons af te vragen wat m.en nu weet van de tijd vóór het Pleistoceen, omdat de oorsprong van de mens daar dan gezocht zal moeten worden. En dan doet zich de eigenaardigheid voor dat van het gehele Plioceen ons geen restanten van wezens bekend zijn die als voorouders van de mens in aanmerking komen ^). Pas uit het Mioceen, dat ongeveer 12 millioen jaren geleden eindigde, kent men weer met zekerheid resten van hogere Primates, en wel slechts van onbetwiste mensapen. Er ligt voor het Pleistoceen een periode van omstreeks 15 millioen jaren ~), waaruit ons niets van de eventuele mensenstamboom bekend is. Dat betekent dat, wanneer de Australopithecinae niet tot onze voorouders behoren en wanneer in het OnderPleistoceen reeds mensen leefden, er over de oorsprong van de mens heden nog totaal niets bekend is. De wel voorkomende mening, dat bewezen is dat de mens van mensapen of van welke dieren ook afstamt, is volkomen uit de lucht gegrepen en mist een wetenschappelijke basis. Deze uitspraak zou te boud zijn wanneer wij slechts beschikten over het fossielenmateriaal, waarvan wij het belangrijkste in het voorgaande bespraken. Want is niet reeds de mengeling van mensaapachtige en mensachtige trekken, die wij b.v. bij Pithecanthropus tegenkwamen, er een bewijs van dat de mens zich pas in het begin van het Pleistoceen uit de omstrengeling der mensapenstam ging vrijmaken? Om deze vraag te beantwoorden komen wij op een ander onderwerp. Men begint n.l. hoe langer hoe meer in te zien, dat het op grond van skeletresten bij deze oude vormen niet mogelijk is om uit te maken welk wezen een mens of een dier is. Le Gros Clark ziet als uitkomst uit dit dilemma alleen dat „probably the definition of „Man" will ultimately have to rest on a functional rather than an anatomical basis, the criteria of humanity being the ability to speak and make tools" 3). Dit betekent, dat niet de bouw van het lichaam ons het ant-

1) Sinds von Koenigswald heeft aangetoond dat Gigantopithecus Czie boven) en ook enkele fossiele orang-vondsten uit Azië in het Pleistoceen gedateerd moeten worden en het zeer waarschijnlijk heeft gemaakt dat de Australopithecinae ook uit dit tijdvak stammen, kent men geen onbetwiste Pliocene mensaap-fossielen meer. Vgl. Boule et Vallois, a.b., p. 86. ^) Heberer, a.b., p. 71. 3) Le Gros Clark, 1952, a.b., p. 733.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 195

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's