1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 211
DE OORSPRONG VAN DE MENS
157
na het doden van zijn broer Abel, toen dus slechts Adam en Eva over waren, bang was dat ieder, die hem op zijn zwerftochten zou ontmoeten, hem zou doden. Ook verklaart deze redenering dat Kaïn kon trouwen en wat het betekende dat de zonen Gods zich vrouwen namen uit de dochters der mensen. Volgens deze redenering wordt de lijn van Adam en Eva pas tot de stamlijn van alle recente mensen doordat bij de zondvloed alle andere mensenlijnen werden afgesneden. Deze hypothese maakt ook het verschil tussen Genesis 1, waar God mensen maakte, en Genesis 2, waar God de mens in de hof van Eden plaatste, min of meer duidelijk. Ook deze redenering bevredigt echter niet, o.a. omdat het kannibalisme van de vele mensen vóór Adam ons tot een groot probleem wordt. 4. Daarom zij tenslotte een vierde mogelijkheid gelanceerd, waarbij de geschiedkundige historiciteit der geslachtsregisters ontkend wordt, maar waarbij de eenheid van het menselijk geslacht en de door God geschapen eerste mens vooropstaan. Uitgaande van de opvatting dat wij alle wezens die werktuigen konden maken als mensen moeten beschouwen, dient geconcludeerd te worden, dat de mens reeds gedurende het gehele Pleistoceen leefde, dus volgens onze huidige kennis reeds minstens een half millioen jaren. De vraag, wanneer wij het paradijs moeten denken, wordt niet alleen hierdoor beantwoord, maar ook door te letten op het gedurende het gehele Pleistoceen waar te nemen kannibalisme en doden van soortgenoten. De eerste mens en het paradijs beperken zich dus op zijn laatst tot het begin van het Pleistoceen. Dit betekent dat de eerste mens van het sapiens-type geweest kan zijn wanneer onze oude sapiens-exemplaren inderdaad bij verder onderzoek zo oud blijken te zijn, of dat de eerste mens lichamelijk zeer veel meer op mensapen heelt geleken. Door de eerste mens aan het begin van het Pleistoceen te plaatsen worden verschillende gegevens uit Genesis „verklaard". De tekst laat duidelijk uitkomen dat pas na het paradijs dieren gedood werden: de vellen, welke hij als kleding ontving, het offer van Abel, enz. Het feit, dat alle bekende mensachtige vormen uit het Pleistoceen uitgesproken carnivoor waren, pleit dus ook voor een vroeg paradijs. In het paradijs was de mens kennelijk niet carnivoor of omnivoor, maar frugivoor. Nu doet zich de merkwaardigheid voor dat gedurende de laatste tijd i) stemmen opgaan volgens welke inderdaad de oudste 1) B.v. Robinson, Evolution, 8, p. 324—334, 1954.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's