Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 286

3 minuten leestijd

220

NIC. H. RIDDERBOS

den. 'k Voeg er dadelijk aan toe, dat niet één van die voorbeelden volkomen op één lijn staat met wat Gen. 1 naar de „kader-opvatting" ons biedt. Maar daarbij moet dan ook bedacht worden, dat Gen. 1 nu eenmaal een uniek karakter draagt. Het belangrijkste voorbeeld in dit verband is wel dat van Gen. 2 : 4—25. Ook Gen. 2 spreekt over de schepping, maar doet dat op een geheel andere wijze dan Gen. 1. Gen. 2 is duidelijk bedoeld als een inleiding op Gen. 3, het verhaal van de zondeval. Daarom heeft het ook zijn bezwaren van een „tweede scheppingsverhaal" te spreken : Gen. 2 biedt niet een (min of meer) zelfstandig scheppingsverhaal. De auteur van Gen. 2 laat zich in de wijze, waarop hij over de schepping spreekt, geheel en al bepalen door het doel, dat hem voor ogen staat: te gaan spreken over de val. Zo verhaalt Gen. 2 over de schepping in een gans andere volgorde, dan Gen. 1 dat doet. Gen. 2 spreekt eerst over de schepping van de mens: het gaat immers om de voorbereiding op het verhaal van de val van de mens. Daarna wordt, om zo te zeggen, om de mens heen geplaatst de hof: de hof zal het toneel zijn, waarop de val van de mens plaats grijpt. Vervolgens wordt de schepping der dieren vermeld; ook hier moet van gesproken worden, want een dier zal in het verhaal van de val optreden als verleider. En tenslotte beschrijft Gen. 2 de schepping van de vrouw. Gen. 1 spreekt slechts min of meer terloops over het onderscheid der geslachten. Maar in Gen. 2 wordt de afzonderlijke schepping van de vrouw breed verhaald. Het kan ons niet verwonderen: in de geschiedenis van de val zal de vrouw immers zulk een belangrijk aandeel hebben. Zoals uit het gezegde reeds blijkt, wordt niet alleen de volgorde, maar ook de keuze der stof in Gen. 2 door het doel bepaald. Om het laatste nog enigszins nader uit te werken. Gen. 2 zegt met zo vele woorden, dat God de Schepper is van aarde en hemel, d.i. van het heelal (vs 4 b). Maar het verhaalt niet over de schepping van zon, maan en sterren, van de zeeën, van de vissen enz. (wat Gen. 1 wel doet): Gen. 2 verhaalt slechts zoveel van de schepping — en dat zeer uitvoerig — als nodig is voor het doel, nl. een inleiding te geven op wat volgt. Herhaaldelijk wordt geponeerd, dat er met betrekking tot de volgorde van de schepping tegenspraak is tussen Gen. 1 en Gen. 2. Blijkens het bovenstaande is dit onjuist uitgedrukt. Het is wel bijna onweersprekelijk, dat Gen. 2 een keuze doet ten aanzien van wat al of niet beschreven wordt, omdat de auteur een bepaald doel beoogt. Maar dan is het toch ook hoogst waarschijnlijk, dat hij de beschrijving

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 286

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's