Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 156

3 minuten leestijd

118

C. C. V/. J. HIJSZELER boven de houtskoollaag een sterke stijging van de Betuia, die zelfs het kruidenpercentage omlaag drukt, terwijl op dezelfde ])laals Pj'nus achteruitgegaan is. Aangezien Pinus zich daarna weer herstelt en de Betuia daarentegen achteruitgaat, is het wel zeer aannemelijk, dat we in het verloop van deze curve de invloed mogen zien van bosbranden. Want op plaatsen, waar bosbranden hebben gewoed, slaat eerst de Betuia weer op, waarna later ook andere bomen i.e. Pinus opnieuw hun plaats gaan innemen.

De werkplaatsen en de vondsten, welke in de laag voorkomen. In de boven uitvoerig beschreven laag zijn talrijke werkplaatsen of ateliers gevonden, die zich aan de oppervlakte openbaarden door plaatselijke grote concentraties van kleine vuursteensplintertjes. Bij verder verdiepen kwamen dan ook grotere vondsten, bestaande uit ruw m.ateriaal, afslag, halffabrikaten, volledig afgewerkte voorwerpen enz., te voorschijn. Zij lagen óf geconcentreerd in de dikte van de laag zelf, óf zij kwamen in kuilen of zakken voor. Wat de plattegronden van de kuil- of zakvormige werkplaatsen betreft, deze waren wel is waar min of meer rond met een diameter van 1 30—1.50 m, doch de contourlijn daarvan verliep onregelmatig. Deze kuilen waren gemiddeld 0.75 m diep. Het is opmerkelijk, hoe alle doorsneden van de kuilen eikaars evenbeeld zijn. (Afb. 6). Zij laten zien, dat de kuilen rechts eenzelfde, vrij regelmatige contourlijn hebben, terwijl zij aan de linkerkant wel een gelijke, doch zeer onregelmatige lijn bezitten. Daar ter plaatse lagen steeds als het ware afwisselend houtskool- en witte en gele zandlaagjes boven elkaar. Men krijgt sterk de indruk, dat dit zand en houtskool is, dat om de voeten van een persoon, die zittend heeft gewerkt, naar binnen is gegeurd. In dit verband is het ook zeer opmerkelijk, dat de vondsten steeds in het meest linker deel, d.i. in het meest westelijk deel van de kuilen en van boven naar onderen zijn gelegen, terwijl in de grootste oostelijke helft geen enkele vondst is gedaan. Bovendien viel het op, dat telkens aan de westkant bij de vondsten tamelijk grove stukjes houtskool lagen, terwijl zij in de grootste oostelijke helft als het ware was vermalen. We zouden uit al deze feiten de conclusie kunnen trekken, dat de vuursteenmens tijdens zijn werk met de rug naar het oosten, dus met het gezicht naar het westen heeft gezeten. Vandaar dan ook de vermalen houtskool in de grootste oostelijke helft. O.i zijn deze kuilen dan ook niqt gegraven, maar de zittende handwerker heeft ze door zijn bewegingen tijdens het vervaardigen van de vuur-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 156

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's