Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 111

4 minuten leestijd

BOEKBESPREKING

Bekende klanken, maar dat „de Schrift met de Schrift uitleggen" is met vol te houden, en Van Miorlo is, hoezeer hij dit ideaal tracht te benaderen, hierm niet altijd geslaagd, zie onder De schrijver richt zich voornamelijk tegen de hogere Schriftcritiek, hij houdt vast aan de ,,volkomen of woordelijke inspiratie, met uitsluiting van de gedachte, dat zij zuiver diktaat zou bevatten", hij verdedigt de feilloosheid dei Schrift, en staat een zo letterlijk mogelijke uitleg er van voor Met bewondering heb ik kennis genomen van zijn bestrijdmg der Schriftciitici, wier gescniiften Van Mieilo giondig bestudeerd schijnt te hebben Trouwens, m de hele theologische literatuur blijkt hij goed thuis te zijn Ik heb waardering voor de ijver, waarmee hij de Bijbel verdedigt tegen critiek van links en van rechts, van ongelovige en van gelovige zijde, want ook de gelovige geleerde kan door onvoorzichtige critiek m moeilijkheden komen volgons de schrijver Er zijn dan ook gedeelten m dit boek, die ik met instemming gelezen heb, maar er komen ook passages m vooi, die ik met graag voor mijn rekening zou wllen nemen Ik wil er enkele noemen Van Mierlo beschouwt Mozes als de verantwoordelijke auteur van de hele Pentateuch Prof Aalders komt m de Korte Verklaring van Genesis tot een andere conclusie, en, hoewel ondeskundig op dit terrein, voel ik meer voor de argumentatie van Aalders Van iemand, die een zo letterlijk mogelijke uitleg der Schrift voorstaat, zou men met verwachten, dat hij schrijft „De ,,slang" van Gen 3 IS niet het dier, waaraan wij deze naam geven" (p 126) Van Mierlo zegt, dat het woord, dat m Gen 3 1 met „dier" vertaald is, letterlijk betekent ,,levend wezen", en het zou dan Satan zelf zijn Ik ken geen Hebreeuws, maar als de Nieuwe Vertaling en ook Aalders (1 c ) geven alle dieren des velds, en als ik let op de vervloeking van de slang m Gen 3 14, dan begrijp ik maar moeilijk, hoe Van Mierlo zijn exegese kan volhouden Heel anders wordt de zaak natuurlijk, als men het hele Paradijsverhaal allegorisch of symbolisch opvat' Sommige beschrijvingen m de dichterlijke boeken van het O T moeten volgens de schrijver meer letterlijk opgevat worden dan men op het eerste gezicht zou menen (p 130) Zo zegt Job „Hij hangt de aarde aan een met" (Job 26 7) en dat is dan toch maar letterlijk waar' Ik weiger echter te geloven, dat Job wist, dat de aarde een in het heelal zwevende planeet was, „opgehangen aan een met" (de N Vert geeft ,,aan het met") Ik ga niet juichen, nu Job het m deze tekst bij het rechte eind had, ik zou dan ook het recht hebben het hoofd te schudden, wanneer ik physische ongerijmdheden tegenkom zoals m Job 26 8 en 11 De hele manier, v/aarop Van Mierlo de kwestie van het „Bijbels wereldbeeld" behandelt, zmt me eigenlijk met Ernstiger zijn mijn bezwaren tegen de opvattingen, die de schrijver heeft van het scheppingsverhaal van Gen 1 Van Mierlo is voorstander van de restitutie-theorie en haar tweelingzuster de concordistische theorie (vgl Noordtzij, Gods Wooid en der eeuwen getuigenis, p 108 e V ) Van Mierlo vertaalt Gen 1 2 aldus de aarde werd woest en ledig, welke vertaling door Noordtzij (1 c ) en Aalders (id) onjuist geacht wordt De chaos, die volgens Van Mierlo m Gen 1 2 beschreven wordt en die volgde op de kosmos van Gen 1 1, zou het gevolg zijn van de val der engelen (een theosofische gedachte volgens Nooidtzij De „dagen" van Gen 1 zijn volgens de schrijver zes herstellmgstijdperken, waarin God de chaos weer tot een kosmos maakt Het zijn perioden van Goddelijke inwerking, en wel van een zeer lange duur „Avond" en „morgen" duiden slechts op begin en einde van zulk een periode Ik kan me deze exegese van iemand, die terecht zegt, dat de H Schrift de taal van het gewone dagelijkse leven spreekt, met verklaren De ,,dagen" van Gen 1 worden door hem met bepaalde geologische aera gelijkgesteld, zo is de derde „dag" gelijk aan het Palaeozoicum, de vierde „dag"

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 111

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's