1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 150
114
C. C. W. J. HIJSZELER
Vervolgens zette zij haar loop in noordelijke richting voort in een lang golvende, langzaam neerdalende lijn. Bij deze dalvormige depressie van de (vondsten-)laag dachten we met een vroeger bestaand dalletje of kommetje te maken te hebben uit de tijd, toen de bewuste laag nog de landoppervlakte vormde. Maar nadat het profiel na verder verdiepen van de ondergrond geheel was schoongemaakt, bleek het, dat we daar ter plaatse een kleine fossiele beekbedding hadden aangesneden met een breedte van ongeveer 7.70 m (Afb. 4). We menen van een beekbedding te mogen spreken, omdat ook de arbeiders van de zandgraverij ons hebben medegedeeld, dat zij deze bedding op verschillende plaatsen haden „aangeboord". Ze vertoonde volgens hen een nogal kronkelende loop. In dit profielgedeelte waren duidelijk twee organogene lagen te zien, gescheiden door en overdekt met zand. De bovenste veenlaag (II), die in het midden ongeveer 2.45 m beneden het tegenwoordige landoppervlak was gelegen, was ter plaatse circa 0.65 m dik. Zij vormde de voortzetting van de houtskool bevattende laag. Want niet alleen hing deze beekbedding als het ware aan deze laag, maar de laatste was ook in het veen zelve te vervolgen in de vorm van grote stukken houtskool en verschillende dikke boomstammen van Pinus en Betuia, die kiis kras door elkaar lagen en alle aan één zijde waren verkoold i). Bovendien kwam uit dit niveau, zij het ook ten dele uit een lager, een grote hoeveelheid dennenkegels te voorschijn. Door de unieke vondst van deze beekbedding met haar twee veenlagen kregen we nogmaals de gelegenheid deze laatste onafhankelijk van de eerste vondst poUenanalytisch te dateren en de uitkomst hiervan te vergelijken met die, verkregen uit het profiel van het systematisch onderzoek. Deze tweede uitkomst bevestigde volkomen de reeds boven meegedeelde resultaten. Want de onderste veenlaag bleek ook hier afgezet te zijn gedurende de B0lling-tijd, de bovenste veenlaag gedurende de Allerad- en het begin van de Jonge Dryas-tijd. Dit profiel geeft dus ook van boven naar beneden de volgende dateringen: Jonge Dryas-tijd (I), Aller0d-tijd (II), Oude Dryastijd (III), B0lling-tijd (IV) en Oudste Dryas-tijd (V) (Afb. 5). Behalve voor de controle op de datering van de houtskool bevattende laag bleek dit beekprofiel, alsmede het veenprofiel, bij het systematisch onderzoek van groot belang te zijn voor de datering van de dekzanden in Twente en in het algemeen (zie onder).
1) Het is, voorzover ons bekend, in de geschiedenis de eerste keer, dat een beek gedateerd kon worden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's