Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 287

3 minuten leestijd

BESCHOUWINGEN OVER GENESIS 1

221

geeft in een door datzelfde doel bepaalde volgorde. M.a.w.: de auteur van Gen. 2 bedoelt niet te zeggen, dat de scheppingswerken inderdaad hebben plaats gehad in de volgorde, waarin hij ze meedeelt. Hij heeft ze geordend met het oog op zijn doel. Hij verhaalt ze in een niet willekeurige, maar wel kunstmatige volgorde. De voornaamste reden, waarom ik vrij uitvoerig over Gen. 2 gehandeld heb, is uiteraard deze: wanneer we het als practisch bewezen mogen beschouwen, dat Gen. 2 op de genoemde wijze te werk gaat, betekent dat een steun voor de stelling, dat Gen. 1 wel niet dezelfde, maar toch een soortgelijke werkwijze volgt. 9. Tegen een opvatting als de „kader-opvatting" is dikwijls aangevoerd de motivering van het vierde gebod (naar Ex. 20). Het valt moeilijk te ontkennen, dat dit een gewichtig argument is. Maar m.i. behoeft het bezwaar, dat aan de motivering van het vierde gebod ontleend wordt, toch niet als van doorslaggevende aard te worden beschouwd. Er wordt gezegd: de „kader-opvatting" zet in dit opzicht de dingen precies onderst-boven. Volgens het vierde gebod staat het zo: God heeft in zes dagen de wereld geschapen en op de zevende dag gerust; dat is het primaire; en in navolging daarvan moet ook de mens eerst zes dagen arbeiden en dan één dag rusten. Maar bij de „kader-opvatting" is het primaire, dat de mens zes dagen werkte en één dag rustte. En aan dat doen van de mens heeft de auteur van Gen. 1 zijn voorstellingswijze ontleend, waarmee hij het scheppingswerk van God beschrijft. M.i. is dit argument niet zo sterk, als het lijken kan. Wat zegt de motivering van het vierde gebod? Dat de mens navolger Gods heeft te zijn. En hierbij kunnen verschillende dingen genoemd worden. De mens heeft navolger Gods te zijn: Ie hierin, dat hij werkt, zoals God zijn scheppingswerk heeft volbracht; 2e hierin, dat hij geen slaaf van zijn arbeid is, welbewust en vrijwillig het werk te zijner tijd laat liggen, zoals God naar zijn wil met scheppen opgehouden is; 3e hierin, dat al zijn werken moet uitlopen op de verheerlijking Gods, zoals Gods werk daarop uitliep. 'k Meen op een dergelijke wijze de bedoeling van de motivering van het vierde gebod te mogen samenvatten. En dit alles moet zeker gehandhaafd worden. Maar dit kan bij de „kader-opvatting" ook ten volle gehandhaafd worden. Zeker moet vastgehouden worden, dat het sabbatsgebod in de schepping gegrond is, in de zin, als boven is aan-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 287

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's