Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 291

2 minuten leestijd

BESCHOUWINGEN OVER GENESIS 1

225

bestaande. Het zal geen mens gelukken de inhoud van dit hoofdstuk in één formule onder te brengen: daarvoor is die inhoud veel te rijk. En juist bij de „kader-opvatting" komt die rijkdom ten volle aan het licht. Het zou te ver voeren, dit in détails te gaan uitwerken. Bij wijze van illustratie moge iets gezegd worden over de schepping van de lichtdragers. In de pericoop, die daarover handelt (vs 14—19), is een sterke polemiek tegen de verering der hemellichamen, zoals die in die dagen zo veelvuldig werd gevonden. De auteur verbindt de schepping van het licht aan de eerste dag, de schepping van de lichtdragers aan de vierde dag. Het is niet zijn bedoeling daarmee uit te spreken, dat er al licht op de aarde was, voor de lichtdragers er waren; het vellen van een oordeel hierover zal buiten zijn gezichtsveld hebben gelegen. Maar hij bedoelt tot uitdrukking te brengen, dat de hemellichamen slechts instrumenten zijn in Gods hand, waaraan God niet gebonden is. God kan zorgen, dat er licht is, ook zonder van de hemellichamen gebruik te maken. Merkwaardig is, dat dezelfde voorstelling van licht zonder de lichtdragers later in de Schrift terug keert. Openb. 21 : 23 (zie ook 22 : 5) zegt ons: „En de stad heeft de zon en de maan niet van node, dat die haar beschijnen, want de heerlijkheid Gods verlicht haar, en haar lamp is het Lam". Diezelfde ontluistering van de door de naburige volken vergoddelijkte hemellichamen treft ons in heel deze pericoop. Er wordt zeer sober en zakelijk over gesproken. Zoals iemand gezegd heeft: ze krijgen een „Pflichtenheft". God wijst hun hun taak toe, en die machtige hemellichamen krijgen de opdracht de mens te dienen: zij moeten scheiding maken tussen de dag en de nacht en moeten zijn tot tekenen en tot vaste tijden en voor dagen en jaren. Zeer opmerkelijk is, dat van zon en maan de namen niet eens worden genoemd; de namen van zon en maan waren voor vele volken geworden tot goden-namen, en het is, alsof de auteur van Gen. 1 die namen zelfs niet op de lippen wil nemen, zoals ook Ex. 23 : 13 verbiedt de namen van andere goden uit te spreken (vgl. ook Ps. 16 : 4). Zo predikt deze pericoop, gelijk heel het hoofdstuk, de onvergelijkelijke heerlijkheid van de enig ware God.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 291

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's