Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 183

2 minuten leestijd

DE OORSPRONG VAN DE MENS

135

Om enige lijn in de bespreking van de vele tegenwoordig bekende mensachtige fossielen te brengen, zullen wij allereerst beginnen met die groepen van mensachtige vormen te bespreken welke het best bekend zijn. In de jaren 1890—1892 werden door de Nederlander Dubois op Midden-Java verschillende fragmenten gevonden van een wezen dat hij met de, reeds jaren te voren door Haeckel ^) ontworpen, naam Pithecanthmpus aanduidde, en wel P. erectus, de rechtopgaande aapmens 2). Op ongeveer 60 km westelijker werden in de jaren 1936— 1939 door von Koenigswald overblijfselen van verscheidene andere exemplaren van dit wezen gevonden. Als gevolg hiervan is men tamelijk goed ingelicht over de bouw van deze organismen (fig. 3). De schedel vertoont sterke wenkbrauwwallen boven de oogkassen, het voorhoofd is uitzonderlijk laag, het achterhoofd vertoont een opvallende knik, samenhangend met de aanhechting van de nekspieren. De herseninhoud van de gevonden schedels varieert van 775—ruim 900 cc. Zij zijn kinloos. Wanneer enige door Dubois gevonden dijbeenderen inderdaad tot Pithecanthmpus behoren, dan waren deze wezens ongeveer 1,70 m. lang. Zeer interessant is een vondst welke in 1939 werd gedaan. Dit betrof n.l. naast een stuk van een schedeldak een bijbehorend fragment van een bovenkaak, waaraan duidelijk een ruimte, een zg. diasteem, tussen de hoektand en de snijtanden te zien is (zie fig. 7), Dit kenmerk was voordien altijd als typisch voor mensapen beschouwd. Bovendien is deze schedel zeer massief van bouw, zodat von Koenigswald deze vorm tot een aparte soort rekende : Pithecanthmpus modjokertensis, veelal beter bekend onder de door Weidenreich gegeven naam P. rohustus. De datering van deze Java-vondsten heeft tamelijk veel moeite gekost doordat zij gevonden werden in secundaire afzettingen. Momentcel wordt P. erectus gerekend tot het Midden-Pleistoceen, P. robustus tot het Onder-Pleistoceen. Von Koenigswald 3) meent dat zij minstens 500.000 jaren oud zijn. Van een sterk verwante vorm zijn in de jaren 1927—1941 op enige afstand van Peking resten van ongeveer 40 individuen gevonden. Dit wezen werd door Davidson Black Sinanthmpus pekinensis ge1) Haeckel, Natürliche Schöpfungsgeschichte, Berlin, 3e dr., 1872, p. 621. -) Dubois, Pithecanthropus erectus. eine menschenaehnliche Uebergangsform aus Java, Batavia, 1894. ^) Von Koenigswald, Die Naturwissenschaften, 1953, p. 128—137.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 183

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's