Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 203

3 minuten leestijd

DE OORSPRONG VAN DE MENS

149

complex van gebruiken ons leert dat deze mensen geen begrip van het bestaan van een ziel hadden. Wanneer de mens stierf kwam er geen ziel vrij, die in een „Jenseits" verder leefde, maar de mens bleef hier op aarde, zij het op een andere plaats en onzichtbaar. Hij bleef hier en had dus wapens, versieringen en voedsel nodig. Men moet hem ook met stenen beveiligen, met as verwarmen, met oker een meer levende kleur geven. Om te verhinderen dat de gestorvene terugkeert, bindt men hem vast met opgetrokken knieën. De dode is dus, volgens Kühn, een ,,lebender Leichnam", dat in het ,,Diesseits" blijft. De wereld is in deze voorstelling een eenheid. Een abstracte ziel, of een abstracte hemel bestaat niet. ,,Diese Welt ist ein Leben in der Immanenz, gehalten von der Blickrichtung auf die Realitat, auf das Wirkliche. Das Unwirkliche ist ihr fremd, fremd ist ihr die Jenseitigkeit und die Abstraktion. Der Mensch hat eine enge Verbindung mit der Natur, er hat ein sicheres Wirken in der Umwelt". ,,Das Denken hat ein fester Punkt, von dem aus sich alles Leben und schaffen gestaltet, und dieser feste Punkt is die Wirklichkeit in aller Realitat, in aller Gegebenheit" i). Het tweede punt, de cultus, voert ons naar de betekenis van de kunst uit de laatste ijstijd. M^en is het er tegenwoordig vrijwel unaniem over eens dat deze een religieuze zin toekomt, met de klemtoon op het magische, de betovering. Hiervoor zijn o.a. de volgende argumenten aan te voeren. Wanneer een mens werd afgebeeld, dan gebeurde dat of in de vorm van een vrouwenbeeld, dat vermoedelijk de vruchtbaarheid symboliseert, of in de vorm van een tovenaar of maskerdanser. Practisch nimmer is het gezicht afgebeeld, samenhangend met de gevaren die hieraan, ook volgens vele recente volkeren nog, verbonden zijn. Naast deze afbeeldingen van mensen, die tamelijk zeldzaam zijn, werden duizenden afbeeldingen van dieren gevonden : mammoethen, bisons, beren, paarden, e.d. Figuren van planten ontbreken. Nu beschouwt men deze diervoorstellingen zo, dat zij gemaakt werden om het afgebeelde dier magisch onder de banmacht van de mens te krijgen. Hierop wijst ook dat men vele dierenfiguren kent waarop geschoten is, of welke verminkt zijn. Men moet deze kunst op dezelfde wijze interpreteren als de gewoonte van heksen in de middeleeuwen, die poppen maakten van mensen die zij wilden doodden en deze het hoofd afsneden of met naalden doorstaken. Voor Kiihn zijn de gewelven, waar deze schilderingen gevonden zijn. 1)

Kühn, a.b., p. 159.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 203

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's