1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 283
BESCHOUWINGEN OVER GENESIS 1
217
dagen dat placht te doen, eerst zes dagen heeft gewerkt en daarna één dag heeft gerust, waarbij dus het scheppingswerk in een kader van zes dagen wordt geplaatst? Hier zij er op gewezen, dat in de eerste hoofdstukken van Genesis wel zeker anthropomorfismen voorkomen. Gen. 2 : 7 stelt God voor als een boetseerder. God boetseert „van het stof uit de aardbodem", b.v. van leem, een pop in de gedaante van een mens. Dan blaast Hij in de neus er van, en zo wordt de eerst levenloze pop tot een levend wezen. M.i. moeten we dit zeker niet in „letterlijke" zin opvatten. Hier wordt over God op anthropomorfistische wijze gesproken. Reeds Calvijn heeft bij Gen. 3 : 21 geschreven, dat het niet nodig is zich God voor te stellen als een soort kleermaker; de bedoeling van dit vers zal zijn mee te delen, dat God zo op Adam en Eva inwerkte, dat ze zelf kleren gingen vervaardigen. Zo moet ook ernstig rekening gehouden worden met de mogelijkheid, dat het spreken over het scheppen in zes dagen niet meer dan een mensvormige voorstellingswijze is. God is de Eeuwige. Is het werkelijk ,,letterlijk" bedoeld, wanneer gezegd wordt, dat Hij voor elk groot scheppingswerk (eventueel twee scheppingswerken) een dag gebruikt? Het is wel zeer de vraag, of de auteur van Gen. 1, die zulk een verheven Godsvoorstelling blijkt te hebben, dat inderdaad bedoelt te zeggen. 6. Tot nu toe werden min of meer algemene beschouwingen gehouden. We moeten nu Gen. 1 van meer nabij bezien. Wordt dan de mogelijkheid, dat we met een kader, een schema te doen hebben, al of niet versterkt? M.i. moet deze vraag bevestigend worden beantwoord. Wanneer we er op letten, welk scheppingswerk aan elk der zes dagen wordt toegeschreven, en hoe de volgorde is, ligt het voor de hand daarin een kunstmatige ordening te zien. Zo kan gezegd worden, dat de zes dagen uiteen vallen in twee drietallen met onderling parallelisme. Toegestemd moet worden, dat deze indeling minder „mooi opgaat", dan het bij oppervlakkige beschouwing lijken kan. Maar m.i. valt ze toch te handhaven. Men lette vooreerst hier op: er worden acht scheppingswerken vermeld. Vier worden verbonden aan het eerste drietal dagen, vier aan het tweede drietal dagen. Dit houdt in, dat in twee gevallen aan één dag twee scheppingswerken moeten worden verbonden. Dat vindt plaats eenmaal bij het eerste drietal dagen, nl. bij de derde dag, een-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's