Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 112

4 minuten leestijd

86

BOEKBESPREKING

ligt op de grens van Palaeozoicum en Mesozoicum, de vijfde ,,dag" is het Mesozoicum zelf, enz Het moge nog eens gezegd zijn, dat er een belangrijke discrepantie bestaat tussen de, op de verschillende ,,dagen" geschapen bionten en de fossielennhoud der geologische tijdperken (wat Van Mieilo toegeeft, p 146), en daardoor zal elk c o r c c d i s m e schipbieuk moeten lijden Bovendien, als Van Mierlo uitdrukkelijk zegt (p 138), dat God het licht dag noemde, dan moet hij aannemen, dat b v gedurende het hele Mesozoicum (de vijfde ,,dag") de aarde aan een stuk door verlicht was Laten we echter wel iDedenkcn, dat de zon, die er al v/as ('), slechts een helft van de aarde kon verlichten, als er geen rotatie en geen revolutie was zelfs millioenen jaren lang Maar heeft God de andere helft van de aarde dan m het donker geschapen' (,,Heeft God Amerika m het donker geschapen'". Schouten, Oi^aan Chr Ver v Natuur- en Geneesk, 1926, p 91) Voorts dient bedacht te worden, dat die permanent verlichte helft zodanig verhit zou worden, dat plant noch dier er zou kunnen leven, terv/ijl de andere helft eveneens onbewoonbaar zou zijn door diepe duisternis en ijzige koude Een en ander is m stiijd met de palaeontologische vondsten JHet uitspansel, dat op de tweede scheppingsdag geformeerd werd, is volgens Van Mierlo (en anderen, b v prof De Bondt m ,,Het Dogma der Kerk", p 227) het luchtruim, de atmosfeer, het is de ,,hemel" waarin de vogels vliegen (Van Mieilo, p 134) In de eeiste plaats als het Hebreeuwse woord voor uitspansel doet denken aan iets duns, iets dat platgestampt, geplet is, dan klopt dat wemig met onze atmosfeer, waarvan de dikte ten slotte met te bepalen is, maar zeker meer is dan 250 km En ten tweede als de dampkring, waarin wij leven, de ,,nemel" uit Gen 1 8 is, dan leven wij hier op aarde m de hemel' Wat een spraakverwarring' Op de vierde dag maakte God de twee grote lichten en zette ze aan het uitspansel, de hemel (Gen 1 17) Conclusie deze hemel is, wat het in de taal van het dagelijkse leven is, de (niet bestaande') koepel over de aarde, van welke substantie men die zich ook denken moge, waarlangs de hemellichamen zich schijnbaar bewegen, en waaraan men vroeger misschien bepaalde eigenschappen toeschreef (sluizen, venstei en e d ), maar hij bestaat niet' Deze hemel is met iets reeels, iets concreets' En ik weet dan ook werKelijk niet, wat er nu precies op de tweede dag geschapen is Volgens Van Mierlo gaat het m Gen 1 14—17 met over het vormen der hemellichamen, maar over het zichtbaar worden er van (p 148) Maar ik lees toch in veis 16 God maakte, en m vers 17 God zette Als God hier met scheppend werkzaam was, waarom dan wel b v in vers 26 En God zeide laat Ons mensen maken. Ik kan dergelijke redeneringen met volgen Met belangstelling las ik, wat Van Mierlo schrijft over de mensheid Voor Adam leefden volgens hem „mensachtige wezens", zondig door de val van geestelijke wezens m de oertijd Het zijn de pre-Adamieten Adam zelf werd 4000 tot 5500 jaien voor Christus geschapen, en zijn nakomelingen zijn de „eigenlijke mensen" In Gen 1 27 zou het gaan om de schepping van ,,het mensdom m zeer brede zm", van de pre-Adamieten dus, teiwijl Gen 2 7 handelt over de schepping van het individu Adam, die volgens Van Mierlo van de vroegere ,,mensachtige wezens" verschilde, omdat hij „meer volledig naar Gods beeld gemaakt was dan de vroegere mensen" Een gradueel verschil dus Van Mierlo doet hier een te waarderen poging de wetenschap, speciaal de anth^-opologie en de archaeologie, met de Schrift te verzoenen En inderdaad, enkele teksten geven steun aan bepaalde opvattingen, b v Gen 4 14 en 17 Maar er blijven vraagtekens Ik kan me b v met voorstellen, dat men de hoge leeftijden van Adam en zijn eerste nakomelingen zou willen vei klaren door andere, betere levensomstandigheden (p 164) aan te nemen Ik meen, dat de huidige levensomstandigheden

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 112

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's