1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 213
DE OORSPRONG VAN DE MENS
159
Nu kan deze hypothese op de volgende wijze aangevuld worden: de Bijbelschrijver wist niets van een millioenen-jaren-ouderdom van de wereld en van de levende wezens, net zo min als hij wist dat vele sterren millioenen lichtjaren van ons af staan. Wanneer hij de sterren bezag, werden deze samen met de zon en de maan door hem a.h.w. in één vlak geschoven, het uitspansel, dat op betrekkelijk korte afstand van de aarde was gelegen. Men kan zich nu analoog indenken, dat toen de Bijbelschrijver de onder Goddelijke leiding bewaard gebleven fragmenten van gebeurtenissen uit een zeer ver verleden bezag, hij deze door zijn gemis aan kennis en voorstellingsvermogen a.h.w. contraheerde in een vlak van enkele duizenden jaren geleden. Evenals in het uitspansel voor en achter verloren gaan, zo verliezen in dit vlak eerder en later hun zin. Wij zien dat ook wanneer in Genesis 2 de volgorde van de schepping precies omgekeerd is aan die in Genesis 1. In deze voorstelling wordt aan de historiciteit van de Bijbel-mededelingen niets afgedaan, maar het is geen geschiedkundige historiciteit. Zodoende zijn ook de geslachtsregisters niet even geschiedkundig juist als de in de geschiedenisboeken te vinden stamboom van ons Vorstenhuis. Wanneer Genesis geen natuurkunde- of biologie-boek is, zo is het ook niet geschreven om ons historie-wetenschap bij te brengen, het is ook geen geschiedkunde-boek. Wij hebben nu vier sterk speculatieve en aanvechtbare mogelijkheden van correlatie tussen de resultaten van het wetenschappelijk onderzoek en de eerste hoofdstukken van Genesis bezien. Het gaat er momenteel niet om onze voorkeur voor één dezer uit te spreken of uitvoerig te argumenteren. Ook wordt niet de mogelijkheid geopperd, dat een dergelijke poging ooit kans van slagen heeft. Het beeld van het rijm of het gedicht zal wel in grote trekken juist zijn. Deze vier speculatieve hypothesen mogen echter gedemonstreerd hebben dat er zoveel punten van overeenstemming zijn tussen de praehistorie en de door Genesis beschreven en zo aangeduide „voortijd", dat het ernstige overweging verdient of wij niet moeten proberen dit Bijbelgedeelte anders te lezen dan tot nu toe in onze kring veelal gebruikelijk was. De voorkeur voor de dieren boven de planten, de frugivorie in het paradijs, en de carnivorie daarna, de concrete aardse aanwezigheid van God, Die wandelt tussen en spreekt met de mensen, het „Primitialopfer" van de eerstelingen van Abels kudde, het mogelijk biologi-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's