1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 296
230
NIC. H. RIDDERBOS
men, waarin de auteur zijn stof zou hebben geplaatst? Bij Gen. 2 zou het desnoods nog mogelijk zijn van een „kader-opvatting" te spreken, in zoverre als ook hier een ordening van de stof is toegepast, maar het ligt al bijzonder weinig voor de hand, deze ordening een zetten in een kader, een schema te noemen. Wel kan de vraag gesteld worden: wanneer men Gen. 1 opvat, zoals in de voordracht is gedaan, heeft dat dan consequenties voor de volgende hoofdstukken? Consequenties in de volle zin van het woord heeft het niet. Het gaat er immers niet om — vrager heeft dat ook geenszins gesuggereerd — een wat „vrijere" opvatting te geven; dan zou met reden gezegd kunnen worden: wie op Gen. 1 een „vrijere" opvatting toepast, moet dat ook op de volgende hoofdstukken doen. Maar het gaat er om, met alle ernst een antwoord te zoeken op de vraag, wat de Schrift ons bedoelt te openbaren. Voor de gegeven opvatting van Gen. 1 zijn dan ook bepaalde exegetische argumenten aangevoerd. Diezelfde argumenten zijn niet van toepassing bij de volgende hoofdstukken, althans niet alle argumenten, niet in dezelfde combinatie. Dus zijn er voor de volgende hoofdstukken ook geen consequenties in de volle zin van het woord. Met dit alles is niet ontkend, dat wat in de voordracht is gezegd, niet van betekenis zou kunnen zijn voor de volgende hoofdstukken. In de voordracht is ook een exegese gegeven van Gen. 2 : 7, en is betoogd, dat ook de auteur van Gen. 2 zijn stof geordend heeft. In zoverre men zich ter verdediging van het een en het andere er op zou willen beroepen, dat ook Gen. 2 over de schepping verhaalt, dus deelt in het unieke karakter van Gen. 1, zou men hier nog van een consequentie (in verzwakte zin) kunnen spreken van de gegeven exegese van Gen. 1. Maar als men b.v. tot Gen. 3 komt, komen ook andere factoren in het spel. Het is de taak van de exegeet de tekst, die hij heeft te exegetiseren, allereerst te zien in het licht van die tekst zelf. Maar hij moet toch ook rekening houden met het grote geheel, waarvan die tekst een onderdeel vormt. Zo zal bij de exegese van Gen. 3 ook rekening moeten gehouden worden b.v. met Romeinen 5 (parallel Adam—Christus). Rom. 5 heeft zeker wat te zeggen t.a.v. de historiciteit van het in Gen. 3 meegedeelde. Het gezegde bedoelt niet, dat er een grens getrokken moet worden tussen Gen. 2 en 3. Wil men een grens trekken — en er is alle reden dat te doen —, dan moet men die grens plaatsen achter Gen. 1 (nauwkeuriger gezegd: achter Gen. 2 : 3 of 4a). Bij de exegese van Gen. 3 zal men o.a. rekening moeten houden met Rom. 5. Bij de exegese van Gen. 2 zal men moeten bedenken: a. dat Gen. 2 evenals Gen. 1 nog over de schepping verhaalt; b. dat Gen. 2 ten nauwste verbonden is aan Gen. 3, daar een inleiding op vormt. De heer P. Groen : Kan de spreker nog enige toelichting geven betreffende het verschil tussen de opvattingen, die bij het gegeven overzicht sub II zijn genoemd, en de opvattingen, die sub IV zijn genoemd, waartoe de door spr. verdedigde „kader-opvatting" behoort? Dit verschil is in een bepaald opzicht enigszins subtiel: het staat en valt met de „bedoeling" van de (menselijke) auteur. Zou deze niet beperkter, en dus anders, kunnen zijn, dan de bedoeling van de goddelijke Auteur? De spreker: Inderdaad staat en valt het verschil tussen die twee groepen van opvattingen met de bedoeling van de menselijke auteur. Maar daarom is dat verschil nog wel van grote betekenis. Wanneer men gaat poneren ; „de menselijke auteur bedoelde dit en dat te zeggen, maar daaraan zijn we niet gebonden; het gaat om de goddelijke openbaring-inhoud", rijst dadelijk de vraag: wat is dan de goddelijke openbarings-inhoud? De exegese kan die vraag dan niet meer beantwoorden; feitelijk wordt het
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's