Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 69

3 minuten leestijd

RECHT OP GEZONDHEID

49

wil zeggen: offerbereid zijn, dus tot het uiterste zich geven en inspannen, voor zijn naaste, dat is niet alleen voor het eigen gezin, of familie, vrienden en kennissen, voor dorps- of buurtgenoten, niet alleen voor landgenoten, dat is deze naaste, ieder medemens, zelfs zijn vijand! Dus bereid om de gaven die men bezit uit te delen aan ieder, die deze nodig heeft. Dat is onze plicht, willen wij voldoen aan dit gebod van liefde. Wanneer wij zo onze taak zien, dan moeten wij daarvan uitgaande, in staat zijn een gezondheidsorganisatie in streek, stad, gewest, land, in de gehele wereld op te bouwen, die tot een ongekend perfectionisme is uitgegroeid. Wij werken daaraan niet mee, omdat er een „recht" van de andere zijde bestaat op onze medewerking, op deze organisatie, op gezondheid, maar wij geven onze krachten, omdat, mede ook gelet op de bij onze ambtsaanvaarding afgelegde eed of belofte, weten dat dit onze plicht is. Voor iedere menselijke relatie geldt dit gebod, zeker in allerlei sociale, economische en medische verhoudingen, als die van werkgever tot werknemer, arts tot patiënt, overheid tot onderdaan. Maar ook omgekeerd, dus werknemer tot werkgever, patiënt tot arts, onderdaan tot overheid. Wanneer men meer doordrongen zou zijn van de uitermate grote waarde van de „liefde tot den naaste" op elk levensterrein, dan zouden veel verwikkelingen, die nu steeds weer schijnen te moeten optreden, als logisch gevolg van een verkeerd uitgangspunt, n.l. „het recht", tot het verleden gaan behoren, en zouden wij met elkaar in staat zijn een maatschappij op te bouwen die voor allen een bron van geluk betekende. De medicus ziet het dan als zijn plicht om voor zijn patiënt dat voor te schrijven, die behandelingswijze te adviseren, welke hem het meest doelmatig voor de zieke voorkomt, in alle opzichten, medisch, sociaal en economisch, en niet schrijft hij voor omdat de patiënt een vermeend „recht" kan doen gelden. Dan toch werkt hij mee om van de zieke, het verwende, dreinende kind te maken. De patiënt weet dat het zijn plicht is om voor zijn gezondheid te waken, en dat hij, zo hij hiertoe hulp nodig heeft, deze in heeft te roepen bij de daartoe deskundige. Gezien de ontwikkelingsgang in de geneeskunst zal het evenwel dikwijls onmogelijk zijn de geneeskundige verzorging op dat peil te houden, welke die ontwikkeling meebrengt. Dan zal de Overheid de plicht hebben om hierin de helpende hand te bieden, omdat zij te waken heeft over het heil van haar onderdanen. Preventieve maatregelen zal zij in het belang van haar burgers hebben uit te vaardigen, zo zij meent, dat deze schade kunnen voorkomen, mogelijkheid

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 69

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's