Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 207

2 minuten leestijd

DE OORSPRONG VAN DE MENS

153

gen verwachten. Hij acht het waarschijnhjk dat deze meenden dat de godheid in de onderwereld woonde. Als argumenten voert hij aan dat de grottenschilderingen vaak zeer diep in de grotten aangebracht zijn, dus bij de toegangswegen naar deze onderwereld, maar vooral wijst hij op een interessante offerplaats door hemzelf in de omgeving van Hamburg gevonden. Hier ontdekte hij n.l. in de overblijfselen van een poel, daterend uit de laatste ijstijd, naast 30.000 beenderen en vele werktuigen, de skeletten van 30 rendieren. Het betroffen allen 2-jarige vrouwelijke dieren, die merkwaardigerwijze in de borstkas verzwaard waren met stenen, sommige met een gewicht van 8 a lOTcg. Men is er algemeen van overtuigd dat men hier met een belangrijke offerplaats te doen heeft. Rust komt tot de conclusie dat het offer in deze poel gebracht werd, omdat men deze als bodemloos beschouwde, zodat de offers regelrecht de Godheid bereikten. Uit het weinige dat hier over de offers van Neanderthalers en ijstijdmensen is meegedeeld moge gebleken zijn dat inderdaad belangrijke argumenten voor de mening pleiten, dat deze mensen reeds geloofden in een God, Die het leven beheerst. Wanneer dit bij verder onderzoek juist zal blijken te zijn, is dit een reden te meer deze wezens in alle opzichten als volwaardige mensen te beschouwen. V.

GENESIS EN PRAEHISTORIE

De belangrijkste vraag voor ons is die naar de relatie tussen de resultaten van het historisch-anthropologisch onderzoek en de mededelingen uit de eerste hoofdstukken van Genesis. Men kan hier enerzijds de mening over tegenkomen, dat beiden eigenlijk niets met elkander te maken hebben, daar het in Genesis slechts gaat om de Goddelijke boodschap van schepping, zondeval en verlossing, gegoten in een vorm die geen feitelijk-reëele betekenis toekomt, zodat het zinloos is de natuurwetenschappelijke resultaten met de Bijbel te confronteren. Anderzijds vindt men de fundamentalistische gedachte, dat de tekst van Genesis ons naast de heilsverkondiging wel degelijk historisch en natuurwetenschappelijk exacte kennis aanbiedt, zodat de schriftgelovige wetenschap niet slechts Bijbel en wetenschap met elkander moet confronteren, maar zelfs de waarheid der wetenschappelijke gegevens moet afmeten naar de letterlijke mededelingen in de Bijbel. Het komt ons voor dat beide gedachtengangen onrecht aan de

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 207

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's