Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 158

2 minuten leestijd

120

C. C. W. J. HIJSZELER

waren. In het kort gezegd, hij was nog een voedselverzamelaar. Van de dierenwereld uit het Laat-glaciaal is nog weinig bekend. Over de plantenwereld, die onmiddellijk voor de mens van Usselo van belang zijn geweest, zij nog het volgende medegedeeld. Uit de vondstenlaag is o.a. een groot aantal zaden te voorschijn gekomen van de kraaiheide. Opmerkelijk is het, dat de Eskimo's, die tegenwoordig ongeveer onder dezelfde omstandigheden leven als d e mens van Usselo vroeger, bij voorkeur de bessen van de kraaiheide eten. Bovendien heeft deze vondsten-veen-laag aangetoond, dat in die oude periode ook brandnetels en zuring hebben gegroeid. Door deze vondsten hebben we misschien een klein beeld gekregen van de spijzen, die de oude mensen van Usselo hebben genuttigd. De

vondsten.

Er zijn tot nu toe ongeveer 20.000 vuurstenen gevonden. H e t grootste gedeelte bestaat uit ruw materiaal (vuursteenknollen), onbewerkte stukken, afval, nuclei, waarvan men de klingen heeft verwijderd (Afb. 7) enz. Slechts een 800 stuks waren bewerkt. Hieronder bevinden zich (Afb. 9) : Ie. Krombekstekers. Deze zijn vervaardigd van klingen, die aan het ene uiteinde of aan beide uiteinden snuitvormig zijn geretoucheerd. Dit snuitvormig gedeelte is zeer dikwijls iets gebogen en massief. Uit d e b e r o e m d e vondst te Meiendorf bij H a m b u r g door Rust weten we, dat deze stekers zijn gebruikt om lange, d u n n e klingen uit rendiergeweien te kerven. Daartoe werd met de p u n t van een krombeksteker in de lengterichting van het gewei een tweetal parallel aan elkaar lopende sneden aangebracht tot op het sponsachtige gedeelte. D e op deze wijze gedeeltelijk losgewerkte spanen werden daarna met b e h u l p van wigjes uit het gewei verwijderd. Van deze spanen maakte men gebruiksvoorwerpen, zoals harpoenen, priemen, naalden enz. Aangezien het zand niet conserveert, zijn tot nu toe in Usselo noch geweien noch de daaruit vervaardigde voorwerpen gevonden 1). 1) We moeten hierbij de opmerking maken, dat tijdens de Aller0doscillatie het rendier niet in ons land heeft geleefd, wel in de daaraan voorafgaande en de daarop volgende periode. Het edelhert b.v. is uit de Aller0d wel bekend. De vondsten van Meiendorf behoren tot de zgn. Hamburgercultuur. Ze worden volgens het pollenanalytisch onderzoek gedateerd in de Oudste Dryas-tijd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 158

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's