1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 280
214
NIC. H. RIDDERBOS
dienaangaande kunnen in vier groepen worden verdeeld i). T. Volgens de eerste groep van opvattingen moeten we op grond van Gen. 1 aanvaarden, d a t God d e wereld in zes werkelijke dagen heeft geschapen. Dit kan op verschillende wijze worden uitgewerkt. Sommigen willen gedacht hebben aan gewone, aardse dagen. Anderen zijn van oordeel, dat we wel aan werkelijke, maar niet aan gewone dagen moeten denken. Laatst bedoelde opvatting is vooral op een gedegen wijze voorgedragen door G. Ch. Aalders. Aalders' mening is: het zijn werkelijke dagen, licht-continua, maar het zijn dagen Gods; „ze behoeven niet langer te h e b b e n geduurd dan ,onze' dagen, ze kunnen ook veel korter zijn geweest, ze kunnen, in onze tijdmaat, slechts enkele seconden h e b b e n in beslag genomen" (a.w., pag. 253). IT. Zeer veel hedendaagse exegeten zijn van oordeel, dat volgens Gen. 1 d e schepping in zes gewone dagen heeft plaats gehad, m a a r ze achten zich daaraan niet gebonden. Ook in deze groep is veel variatie. Sommige vertegenwoordigers er van spreken er niet of weinig over, dat in Gen. 1 openbaring tot ons komt. Andere trachten wel degelijk het openbaringskarakter van Gen. 1 tot zijn recht te laten komen. Hier zij dadelijk opgemerkt, dat een dergelijke opvatting m.i. onaanvaardbaar is. W i e op zulk een wijze onderscheid maakt tussen de bedoeling van de (menselijke) auteur en d e goddelijke openbaringsinhoud, vervalt onherroepelijk tot willekeur. H o e moet dan vastgesteld worden, wat tot de goddelijke openbarings-inhoud behoort? D e exegese kan dan op die vraag niet meer een antwoord geven. W e l kan een tekst een diepere inhoud hebben, dan de auteur zelf zag. M a a r het is niet geraden aan een tekst een betekenis toe te kennen, die in strijd zou zijn met d e bedoeling van de auteur. n i . In de derde plaats moeten genoemd worden de „concordistische theorieën", theorieën, die er op uit zijn een concordia, overeenstemming tussen Gen. 1 en de resultaten van de natuurwetenschap te bewerken. Van deze theorieën heeft vooral veel aanhang gevonden de „tijdperken-theorie". Men meende, dat onder d e dagen van Gen. 1 tijdperken moesten worden verstaan, die misschien millioenen jaren
^) Voor bredere overzichten zij verwezen naar H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek, II ", 1928, pag. 452 vv.; A. Noordtzij, Gods Woord en der eeuwen getuigenis 2, 1931, pag. 106 vv.; G. Ch. Aalders, De goddelijke openbaring in de eerste drie hoofdstukken van Genesis, 1932, pag. 229 vv.; mijn Referaat, pag. 10 vv.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's