Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 240

2 minuten leestijd

182

T. DEKKER

— Doctrina et Amicitia, Amsterdam, 1788 ^^); — De Natuurkundige Maatschappij „Diligentia", Den Haag, 1793 64); — Het Natuurkundig genootschap te Leeuwarden (1795), Zutphen (1796) en Groningen (1801) 65). Met recht constateerde het Utrechtsch Genootschap in 1773: „Wij leven in de Eeuw der genootschappen". Opvallend is dat tot ongeveer 1790 de scheikunde weinig belangstelling trok: de luchtpomp, de magneet, de electriseer-machine en de sterrenkijker genoten meer de aandacht van het publiek, om van de polypen, insecten, schelpen en vogels nog maar te zwijgen. Ook de wiskunde was niet zo populair : de bondigheid van haar symboliek verloor het in de achttiende eeuw van de wijdlopigheid der rhetoriek. De popularisering der natuurwetenschap in de achttiende eeuw leert indirect iets omtrent de relatie tussen geloof en wetenschap. Allereerst dat de gelovige een confrontatie met de natuurwetenschap niet kan ontlopen, zelfs niet door piëtistisch biblicisme of „doperse mijding". Verder, dat het geloof niet door de natuurwetenschap als zodanig wordt bedreigd, maar door de rationalistische speculaties, die het geloof zijn kracht en de natuurwetenschap haar zuiverheid ontnemen. Merkwaardig is, dat de „verlichte" achttiende eeuw steeds weer een controvers meende te zien tussen geloof en natuur-wetenschap, terwijl béide rationalistische trekken hadden. Daardoor wordt in onze ogen deze controvers slechts spiegelgevecht 66). Het tegenbeeld van dit ,,schijnbare" conflict ligt in de goede harmonie, die tussen geloof en natuurwetenschap kan bestaan. Wij missen in de vaak tot cliché vervlakte betogen van de achttiende eeuwse natuuronderzoekers over de Schepper en Zijn werken de warme toon van deze harmonie. Maar dat neemt niet weg, dat de strekking van die betogen goed is bedoeld: figuren als Stocke zijn uitzondering. Daarom bewijst de pupularisering ook, dat de gelovige de confrontatie met de natuurwetenschap niet behoeft te ontlopen. De warme belangstelling voor de natuurkunde, ook in orthodoxe kringen, toont aan, dat in de achttiende eeuw de confrontatie meer is aanvaard, dan gemeden. 15 Juni 1955u

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 240

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's