1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 237
DE POPULARISERING DER NATUURWETENSCHAP
m
rinancieel krachtig volksdeel maakte ^9) en het antithetisch isolement tussen kerk en wereld — vroeger het ideaal van menige doopsgezinde stroming — doorbroken werd door vrijere leer-opvattingen. Toch bleef de beoefening der wetenschap niet het privilege van de progressief gezinde doopsgezinden. Met name de popularisering der natuurwetenschap was onder hen algemeen, zodat het vaak gehanteerde schema, waarin orthodoxie en wetenschap worden voorgesteld als elkaar vijandig gezind, ook hier niet opgaat. Behoren de belangrijkste doopsgezinde beoefenaars der exacte wetenschappen tot een vroeger tijdvak dan het onze 40)^ jn de achttiende eeuw leveren zij hun bijdrage tot de popularisering der natuurwetenschap door het schrijven van een aantal populaire gescliriften 41), het vertalen van buitenlandse werken '^'^), het stimuleren van de stichting van genootschappen (zie onder), de oprichting van toonaangevende periodieken 43) en een omvangrijke drukkers-arbeid 44). Van belang was ook de Doopsgezinde Kweekschool (1735), waar vele a.s. leraren een natuurwetenschappelijke propadeuse ontvingen en waar het onderwijs in de exacte vakken op hoog peil stond 45). Op enkele eigenaardige trekken in de publieke belangstelling voor de natuurwetenschap valt vanzelf de aandacht, als we de vraag trachten te beantwoorden wie de voordrachten hebben bijgewoond van de bovengenoemde leraren. Over de toehoorders van Martens en van den Dam is weinig bekend. Bosma's gehoor bestond voornamelijk uit kooplieden en artsen. In de voorrede van zijn „Gronden der Natuurkunde" (1764, 1793) worden onder anderen genoemd : — Cornelis Ploos van Amstel J. Czn. (1726-1798): was van 17651776 directeur van de tekenacademie te Amsterdam. Hij ontwierp een graveer-procédé, waarmee hij vele tekeningen van Rembrandt en anderen reproduceerde. Door de houthandel zeer vermogend geworden, was hij in staat om een grote kunstverzameling aan te leggen. Ook was hij geïnteresseerd in de natuurwetenschap. Sedert 1771 was hij lid van het Zeeuwsch Genootschap: een vriendenkring van leden van dit genootschap kwam geregeld te zijnen huize bijeen 46). — Pieter Cramer, een rijk koopman, die in 1775 uitgaf: „Beschrijving der uitlandsche kapellen, voorkomende in Azië, Afrika, Amerika, met kleuren afgebeeld" 47). — Jacob de Neufville (1714—1773) en zijn zoon David van Gelder
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's