Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 64

4 minuten leestijd

44

DISCUSSIE VOORDRACHT POPMA

in se niet veianderde, maar m disharmonie tot het bestaan van de gevallen mens kwam te verkeren Men kan zich ook indenken, dat de vloek die de mens trof, als het waie automatisch terugkaatste op zyn omgeving In beide gevallen kan men zeggen, dat de mens de wereld in zijn val meesleepte Maar de woorden van de vloek maken beide beschouwingen onaanvaardbaar Toch is er m i luimte voor de uitdrukking de mens sleepte de wereld in zijn val mee Daartoe mogen we bedenken, dat de wereld principieel menselijke wereld is, t w objectief op de mens betrokken wereld, ik heb dit eens ,aprioiische humanisering van de wereld" genoemd Men zou dan ook kunnen zeggen dat de val des mensen de mede-val van de wereld tot gevolg moest hebben, omdat die mens de vloek Gods ovei de wereld u i t l o k t e Er is een oude uitdrukking wegen en middelen vallen samen Ik meen dat hiermee bedoeld wordt de wegen waarop God ons ontmoet vallen samen met de creatuurlijke middelen die Hij in onze onderhouding gebruikt Zo kan men zich zeer goed indenken, dat de weg van Gods vloek samenviel met het middel, dat bestond m een ineeslepende werking door de mens uitgeoefend Men kan zich dit indenken dat wil met zeggen, dat het om die reden zo moet zijn Vaak heeft het geloof te veel willen verklaren, en sommigen, die aanvankelijk door zekere verklaringen geboeid werden, zijn later daaim soberder geworden, en hebben zich gehouden aan wat de Schrift zegt, zonder daarbij ook maar een stap te doen op het pad der menselijke narekemng van de wegen Gods Men kan uit eerbied -voor de Schrift zulk narekenen mijden, het gevaar ligt echter dichtbij dat men narekenen noemt, wat m 't geheel geen narekenen is — Hiermee zijn we er nog lang met Het is opmerkelijk, m hoe sterke mate de Schrift haar eigen exegese levert We vinden m Genesis 4 11 een ander voorbeeld van vloek, waaibij de aarde betrokken is Er is groot verschil met Genesis 3 17—19 Maar er is ook overeenkomst m beide gevallen wordt de aarde weigerachtig op grond van menselijke zonde Maar m Genesis 3 lezen we ,,de aarde is om uwentwil vervloekt", en m Genesis 4 , sij zijt vervloekt van de aardbodem" (St v e r t ) De vertaling van het N B G zegt „vervloekt zijt gij, ver van de bodem", dit is een typische schoolvertaling ze zegt met wat er staat, bedoelt dat ook met, maar wil alleen laten zien hoe men volgens de regelen van de kunst met dit vers moet omgaan De bewonderenswaardige Version synodale van 1950 geeft „tu seras maudit de la terre", en ik moet U eerlijk zeggen dat dit mij met duidelijk IS De Septuagint geeft „nu zijt ge van de aardbodem afgevloekt", en dit is ten minste verstaanbaar Lezen we verder „de aarde zal u haar vruchten met meer geven", dan rijst het vermoeden dat deze vloek een eschatologisch moment bevat en m zijn volheid eerst verwezenlijkt IS, als de goddelozen van de aarde zijn weggedaan, Ps 119 119 Dat schijnt er voor te pleiten, een scherp onderscheid aan te nemen tussen Gen 3 17—19 en Gen 4 11 Maar men kan dit verschil met zo accentueren, dat Gen 3 alleen vloek over de aarde en Gen 4 alleen vloek over de mens Kam spreekt Want m de vloek van Gen 3 is bij het vonnis over de aarde het vonnis over de mens verondersteld om uwentwil En m Gen 4 is de aarde met alleen beledigde party, maar ook onwillig, dat wil zeggen — omdat het hier de objectieve omgeving geldt — onmachtig om Kaïn haar vruchten ite geven Beide vonnissen lopen met zo ver uiteen, al is de vloek over Kam als typische goddeloze, feller Daarom schijnt de conclusie dat de gevloekte omgeving beledigde partij en onmachtige is, m zekere mate ook op Gon 3 11—19 toepasselijk En dit wordt weer bevestigd door de woorden van Romenen 8 22 ,,dat tot nu toe de ganse schepping m al haar delen zucht en m barensnood is", vgl VS 21 ,,omdat ook de schepping zelf van de dienstbaarheid aan de vergankelijkheid zal worden bevrijd" Hier ligt het volle accent op de onmacht en gekluisterdheid van de omgeving — Wat veider de betekenis van de vloek aangaat, lijken de voorslagen van de heer De Geus my zeer aanlokkelyk by een gedegradeerde mens past een gedegra-

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's

1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 64

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's