1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 131
ENKELE PERSOONLIJKE HERINNERINGEN AAN BAKHUIS ROOZEBOOM door H. R. WOLTJER
De artikelen in verband met de eeuwherdenking van H. W. Bakhuis Roozeboom door Kruyt, Meijering, Hissink en Olie in het Chemisch Weekblad van 30 October 1954, en het verslag van de herdenking (idem, 25 December 1954), het artikel van Hooykaas in de vorige aflevering van „Geloof en Wetenschap" en ook dat van Fokkens in deel 47 (1949) van dit tijdschrift hebben de herinneringen aan hem, dien ik met grote dankbaarheid gedenk, verlevendigd en hebben mij aanleiding gegeven in aansluiting op het genoemde, enkele indrukken nog even vast te leggen. Het levendige, sprankelende, soms ook flitsende van het betoog op de colleges van Bakhuis Roozeboom was een van de meest karakteristieke eigenschappen. Op zijn propaedeutische colleges, waar de a.s. medici en pharmaceuten een groot contingent van zijn gehoor vormden, kon hij met volkomen onschuldige spot en humor, goedaardig en beminnelijk, de a.s. medici voorhouden, dat het toch maar heel goed was, dat de Nederlandse wet de apotheker als dwarskijker voor de dokter had aangesteld, want dat er wel soms wonderlijke recepten werden geschreven, die, gelukkig, niet blindelings (zelfs indien dit mogelijk geweest zou zijn!) werden uitgevoerd. Gaarne stelde hij vast, dat de grote chemische industrieën, die thans aan bepaalde procédé's veel verdienen, dikwijls eerst schatten hadden opgeofferd aan mislukkingen en dat allerlei onderzoek slechts door kapitaalkrachtige lichamen aangepakt kon worden, ook al om het risico van te weinig economisch waardevolle resultaten op te kunnen vangen. Eerst veel later heb ik Ieren inzien, hoe de afwerende houding van Bakhuis Roozeboom tegen al te vlotte beweringen door de scheikundigen over de bouw van de moleculen in de vaste stof getuigde van grote voorzichtigheid en een intuïtief gevoel, dat er meer achter zat. Het was nog vrij lang (in 1904 en 1905) voor de ontdekkingen van von Laue en medewerkers en van der Waals Sr zei toen wel op college, dat we van de vaste toestand van de stof zo goed als niets wisten. Eerst omstreeks 1912 zou blijken, dat b.v. in een keukenzoutkristal het molecuulbegrip zijn betekenis verloren had. Fokkens schrijft me nog: „Toen prof. Bakhuis Roozeboom K en Na behandelde op college, merkte hij ongeveer het volgende op: ,,Hoewel de eigenschappen van kalium en natrium veel overeenkomst hebben, is het toch merkwaardig dat natriumzouten in de bodem wegspoelen, doch kaliumverbindingen worden door de akkeraarde vastgehouden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's