1955 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 88
64
J. W. BRUINS
Niettegenstaande de grote zeldzaamheid van deze a terme geboren helften van één-eiïge tweelingen (hoeveel acardii, waarvoor niet de mogelijkheid werd geboden zich met behulp van de circulatie van een partner te ontwikkelen, gaan bij een abortus te gronde?), is het van belang om na te gaan hoe deze misvormingen kunnen zijn ontstaan, mede met het oog op de lichtere vormen, de anomaliën, waarbij de mensen wel levensvatbaar zijn en slechts een zekere graad van invaliditeit te zien geven. Wat betreft de genese van deze gevallen kan ik allereerst meedelen, dat het anamnestisch en familiair onderzoek geen bijzonderheden aan het licht heeft gebracht, die wijzen op schadelijke milieu-invloeden, die de zwangerschap ongunstig zouden hebben beïnvloed (geen infectieyze, geen toxische, geen mechanische invloeden, noch voedingsstoornissen of röntgenbeschadiging). Niettegenstaande men met recht mag veronderstellen, dat hier een niet-erfelijke factor een rol heeft gespeeld, b.v. een primaire vaatanomalie: arteriële en/of veneuse anastomose (Ahlfeld) (1), heb ik de families van deze acordii eens onderzocht, om te zien of er zich bijzonderheden voordeden. De volgende vraag kan n.l. worden gesteld : Hebben deze tweelingen, wat betreft het kenmerk: gestoorde morphogenese, een gezond genoom? Met andere woorden: heeft de bevruchte eicel een ziek gen(en), waardoor het genoom slechts even geprikkeld behoeft te worden om in het phaenoom te penetreren? Maar dan hebben de beide tweelingen deze latente potentie en wordt de grove afwijking slechts bij de één manifest, omdat hierbij een bepaalde peristatische inwerking heeft plaats gevonden en bij de ander niet. Dit komt ook bij minder ernstige morphogenetische afwijkingen voor, waarbij ik b.v. denk aan de aangeboren klompvoet, die niet zo heel zelden voorkomt bij één helft van een één-eiïge tweeling (zie ook Scherb) (9). Ik denk ook aan het tubereuze angioom van Strupler (10). Een familiair onderzoek kan hier meer licht geven, omdat een ziek genoom zich in een ophoping van aangeboren misvormingen kan openbaren. Is dit niet het geval, dan zullen deze niet meer voorkomen dan in de gemiddelde bevolking. Bovendien zullen wij eens moeten zien, hoe het staat met de andere, anatomisch normaler helft van de tweeling. Verder moeten wij bij het onderzoek wèl bedenken, dat slechts de ascendentie en de zijtakken kunnen worden onderzocht, omdat de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zaterdag 1 januari 1955
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 336 Pagina's