Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 341

2 minuten leestijd

NATUURKUNDE EN SAMENLEVING

283

Dit geldt niet alleen voor het zuiver wetenschappelijk onderzoek, dat door de oude traditie aan de universiteiten verbonden was, maar ook voor het geleidelijk als afzonderlijke vorm van onderzoek naar voren komende toegepast-natuurwetenschappelijk speurwerk. De zich in de negentiende eeuw zo snel ontwikkelende scheikundige industrie, gaf reeds spoedig aanleiding tot het ontstaan van fabriekslaboratoria. Aanvankelijk waren dit bedrijfslaboratoria, zich richtend op de dagelijkse vragen van de in het bedrijf toegepaste chemische processen, maar daarnaast en daarmede verbonden ontstonden ook de industriële research laboratoria, waar, teneinde het bedrijf in de concurrentiestrijd bij of, zo mogelijk, vóór te doen blijven, op het gehele voor het bedrijf belangrijke gebied der chemie, naar nieuwe mogelijkheden werd gespeurd. Het ontstaan der industriële natuurkundige researchlaboratoria is van jongere datum en vooral ontsproten aan de behoeften van de gloeilampen-, röntgenbuizen-, radiobuizen- en radioapparaten-industrie. De door het zuiver wetenschappelijk onderzoek nog pas ontsloten gebieden der atoomfysica en elektronica werden hier door het toegepast wetenschappelijk onderzoek geannexeeid en met behulp van de veel krachtiger financiële, personele, materiële en organisatorische middelen van het maatschappelijk leven geëxploreerd. Ook voor wat betreft deze ontwikkeling van het toegepast wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van het bedrijfsleven paste de overheid aanvankelijk de politiek van het „laissez faire, laissez passer" toe. Pas na en tengevolge van de eerste wereldoorlog ontstond het besef dat de overheid hier een verantwoordelijkheid heeft. In deze oorlog was de omvang, het potentieel en de paraatheid van de industriële capaciteit achter de fronten van even groot belang gebleken als het aantal, de moed en de bewapening van de strijders aan de fronten. Daarenboven had de onder de pressie van de oorlog versnelde industriële ontwikkeling de afstand tussen techniek en onderzoek aanzienlijk verkleind. Al was er tijdelijk een hoop dat zulk een wereldoorlog zich niet zou herhalen, het was niettemin duidelijk dat in de komende vredesperiode de concurrentiestrijd tussen de volken niet zou worden gestaakt en dat in deze strijd het toegepast wetenschappelijk speurwerk een scherpsnijdend zwaard zou blijken. Reeds tijdens de eerste wereldoorlog gingen Amerika en Engeland over tot de oprichting van centrale overheidsinstellingen ten behoeve van het toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek. In Amerika werd in 1916 de National Research Council gesticht en in het zelfde jaar in

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's

1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 341

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956

Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's