1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 328
270
G. A. LINDEBOOM
Maar voorts: wanneer we die figuur van de wetenschap, werkend bij het licht van Gods Woord, toch in het geloof zouden menen te moeten aanvaarden, dienen we ons bewust te zijn, dat dat Bijbels licht ons door het medium der theologie bereikt. Zelfs de heilswaarheid uit den Bijbel bereikt ons eerst, wanneer de taalwetenschap en de exegese haar voor ons in verstaanbaar en begrijpelijk Nederlands hebben overgebracht — al is het, dat de goddelijke kracht van de religieuze inhoud straks rechtstreeks het verontruste hart van den zondaar aanspreekt. Maar wanneer de natuurwetenschap iets of veel — en licht is véél — uit den Bijbel ontvangt, dan is het duidelijk, dat het de theologische wetenschap is, die haar de gegevens overhandigt — gegevens, waaraan te twijfelen den gelovige niet zonder meer vrij staat. Zo zou de theologie een hiërarchisch prae krijgen, zo zou zij de regina scientiarum worden. Wanneer zo de verhouding van theologie en natuurwetenschap zou worden gezien, als in de besproken formulering is gelegen, rijst onmiddellijk de vraag naar de verhouding van Gods openbaring in den Bijbel en die in de natuur. En komt men dan niet in tegenspraak met onze Gereformeerde geloofsbelijdenis, die de zelfstandigheid van de openbaring in de natuur toch met nadruk stelt, als zij van de Schepping gewaagt als van een schoon boek, waarin alle schepselen, grote en kleine, als letteren zijn, — en van het lezen dier letters bij het licht van Gods Woord is daar met opzet geen sprake. Onmiddellijk hiermede in verband staat de verhouding van particuliere genade en gemene gratie, en de vraag naar de waarde van Kuypers leuze : tweeërlei wetenschap — één op het erf der algemene genade en één op dat der palingenesie. Het komt mij voor, dat de voorstelling van de beoefening onzer wetenschappen, als geschiedend bij het licht van Gods Woord, een beeldspraak is, die ernstige misverstanden kan wekken en ook heeft gewekt. Opvallend is trouwens, dat reeds Hermanides, voorzichtiger, sprak van het Bijbels licht, als schijnend in de duisternis, waarmede alle wetenschap omgeven is. Veel kans op verschil in opvatting en op misverstand zou zijn weggenomen, wanneer de besproken formulering in dier voege zou mogen worden geïnterpreteerd, dat ons doel is de beoefening onzer wetenschappen te stellen onder de kritiek van de Heilige Schrift. Met zulk een omschrijving vallen vele moeilijkheden weg en is de baan vrij voor de erkenning van het vele, dat het geloof voor de wetenschap en haar beoefenaren betekent. De Schrift wettigt geen wan-
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's