1956 Geloof en Wetenschap : Orgaan van de Christelijke vereeniging van natuur- en geneeskundigen in Nederland - pagina 195
JURIDISCHE ASPKCTEN BIJ KUNSTMATIGE INSEMINATIE
159
minatie, in een tijd waarin hoegenaamd nog niet aan donorsperma gedacht werd — geen der Franse deskundigen heeft die mogelijkheid zelfs besproken — is opmerkelijk. De West-Europese literatuur van de vorige eeuw schijnt slechts een paar gevallen van heterologe inseminatie, en dan met strenge afkeuring, te vermelden. In een daarvan had een medicus, zelf niet tot procreatio in staat, zijn echtgenote buiten haar medeweten met vreemd sperma geïnjiceerd. Voorts vindt men medegedeeld, dat eenmaal in Duitsland, en eenmaal in Italië, door een kinderloze vrouw aan haar arts om een heterologe inseminatie was verzocht, hetgeen in beide gevallen geweigerd was met de motivering, dat een dergelijke handelwijze even ernstig zou zijn als overspel. Aan de typisch duitse Gründlichkeit is toe te schrijven, dat men zich in de eerste decennia van deze eeuw theoretisch toch wel met vragen rondom inseminatie met intermediair van een donor, bezig hield. Zelfs de sexuoloog Rohleder, die overigens slechts een enkele collega op zijn hand had, wat betreft zijn mening, dat de arts in zeer exceptionele gevallen — alleen om groter onheil te voorkomen — gerechtigd zou zijn naar dit middel te grijpen, achtte het vrijwel uitgesloten, dat het ooit hiertoe komen zou in de praetijk, Hij schrijft: ,,. . . .dasz eine Ehefrau oder sogar ein Ehemann sich dazu verstandigen soil fremdes Sperma injizieren zu lassen, iszt eine Gedanke dessen Unnatürlichkeit selbst die sehnsüchtigste nach einem Leibeserben sich sehnenden Eheleute weit von sich weisen müssten. So viel Takt, so viel Anstand und Sittlichkeitsgefrihl herrscht Gott sei Dank wohl noch bei den allermeisten Menschen. Man sieht, es wird kaum •jehmals ein Arzt in die Lage kommen!" ^). En dr. Wilhelm, de jurist, die in 1911 in het tijdschrift „Psychiatrisch-juristische Grenzfragen" een diepgaande verhandeling gaf over de mogelijke juridische vragen rondom de heterologe kunstmatige inseminatie, verwachtte evenzeer, dat in concreto de toepassing van kunstmatige inseminatie zich zou blijven beperken tot de binnenhuwelijkse verhouding. Hij komt tot deze conclusie : „Danach sind auch alle Befürchtungen, die angstliche Gemüter in juristischer oder sozialer Beziehung aus einer Verbreitung künstlicher Zeugungen hegen, oder gar alle Hoffnungen auf künstlicher Zuchtwahl oder Rassenverbesserung, die leicht Geblendete nahren wolken, zurzeit als Phantastereien zu belacheln, die noch lange Jahrzehnte, wenn nicht Jahrhunderte, ja vielleicht stets Phantastereien bleiben dürften". U hebt uit de voordracht van dr Bruins reeds vernomen, dat de
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1956
Orgaan CVNG Geloof en Wetenschap | 356 Pagina's